tips

Tips voor jouw subsidie-aanvraag

5 mei 2020 — OP/TIL gaf in maart en april 2020 tien tips.

Want, subsidies aanvragen voor een bovenlokaal cultuurproject, dat doe je niet zomaar. Je bereidt je best goed voor. En je checkt eerst of jouw project of organisatie in aanmerking komt.

Tip 1

Wie kan subsidies aanvragen? 

Culturele actoren en jeugdactoren, openbare besturen en verenigingen mét rechtspersoon (niet commercieel), verbonden aan kunsten, cultureel erfgoed, circuskunsten, amateurkunsten, sociaal-cultureel volwassenenwerk en jeugdwerk. 

Wat is een rechtspersoon? 

Een rechtspersoon is een juridische creatie. Het is een juridische entiteit met een eigen vermogen, een eigen naam en een eigen adres.

Meer weten? Check de uitleg op de website van Cultuurloket.

Tip 2

Je bent iemand met lef

Op zoek naar goede voorbeelden? Een organisatie die je graag wil betrekken bij jouw plan? Durf te vragen. Denk groot, neem het heft in handen. Wees niet bang om te experimenteren. Durf te kiezen. Doe!

Nog niet overtuigd? Luister dan naar ervaringsdeskundige Immie Jonkman, artistiek leider Culturele Hoofdstad 2018 Leeuwarden-Friesland.

Tip 3 — Wat betekent bovenlokaal?

Wat staat er in het decreet?

Je kan subsidies aanvragen voor een bovenlokaal cultuurproject. Binnen het decreet Bovenlokale Cultuurwerking betekent bovenlokaal: minstens de lokale uitstraling en de gemeentegrenzen overstijgend, zonder een weerslag te hebben op de gehele Vlaamse Gemeenschap.

Wat betekent het concreet?

  • Je vertrekt lokaal, en gaat een samenwerking aan buiten de gemeentegrenzen. Je werkt bijvoorbeeld samen met enkele buurtgemeenten.
  • Je vertrekt vanuit een bestaande samenwerking, tussen cultuurhuizen, bibliotheken … .
  • Je werkt binnen een regio, of een streek met een bepaalde identiteit.
  • Je vertrekt lokaal en zoekt naar partners met een gelijkaardig profiel, ergens anders in Vlaanderen, of je zoekt partners om expertise, kennis of ervaring te delen.
  • Bovenlokaal kan ook betekenen dat je publiek van elders aantrekt of zelfs betrekt, bij je cultuurproject.

Je gaat altijd een samenwerking aan vanuit een bepaalde behoefte, een bepaald doel, een centraal thema, een gemeenschappelijk verhaal …

bovenlokaal

Bovenlokaal, een éénduidig begrip?

Nee, bovenlokaal is geen éénduidig begrip. Bovenstaande definities zijn er maar enkele. Bovenlokaal kan betekenen: intergemeentelijk, interstedelijk, regionaal … Het begrip ‘bovenlokaal’ is een flexibel begrip.

En, het is belangrijk dat je zelf goed weet hoe je het invult, wat het voor jou en je partners betekent. Bovenlokaal werken, is een gemeenschappelijk verhaal creëren. Beschrijf dat verhaal ook helder in je dossier.

Voorbeelden

  • Het project PianoDays2020 vertrekt vanuit CC Strombeek, én betrekt de cultuurhuizen, bibliotheken, scholen … uit 9 andere gemeenten uit de buurt.
  • Cultuurkapel De Schaduw uit Ardooie en CC De Spil uit Roeselaere werken aan een participatief en theatraal totaalspektakel. Ze werken samen en bereiken daardoor 35 partners binnen de regio
  • Het project SerVies van Handmade in Brugge zal vooral werken in Brugge en de regio errond, maar zet partners in de steden Antwerpen en Oostende op weg om een vergelijkbaar project uit te werken.

Tip 4 — Wat betekent transversaal?

Wat staat er in het decreet?

Je kan subsidies aanvragen voor een bovenlokaal cultuurproject. Het decreet Bovenlokale Cultuurwerking moedigt ook aan om transversaal te werken: cross-sectoraal verbindend werken tussen de verschillende culturele sectoren en disciplines.

Dit kan betekenen:

  • multidisciplinair: disciplines of sectoren staan naast elkaar;
  • interdisciplinair: disciplines of sectoren raken elkaar;
  • transdisciplinair: disciplines of sectoren verweven zich met elkaar.

Wat betekent het concreet?

Transversaal betekent dwars of snijdend. Binnen het decreet Bovenlokale Cultuurwerking duidt het begrip op mogelijke vormen van samenwerking.

Samenwerkingen tussen verschillende culturele disciplines en sectoren. Bijvoorbeeld tussen kunsten, cultureel erfgoed, circuskunsten, amateurkunsten, sociaal-cultureel werk of jeugdwerk.

Of, het gaat om samenwerkingen over beleidsdomeinen heen. Zoals een samenwerking vanuit cultuur met welzijn, sport, onderwijs, toerisme …

Je gaat altijd een samenwerking aan vanuit een bepaalde behoefte, een bepaald doel, een centraal thema, een gemeenschappelijk verhaal …

Voorbeelden

  • Het project SerVies van Handmade in Brugge wil het probleem van fijnstof zichtbaar en tastbaar maken. Het zal een servies ontwikkelen, geglazuurd met lokaal geoogst fijnstof. SerVies kruist ambachten met ecologie en onderwijs.
  • Seniorenslam van Artforum en Urban Woorden brengt stedelijke jongeren en actieve senioren samen rond slam, rap en poëzie. Het combineert verkleuring en vergrijzing.
  • Het cross-overfestival PPPUSH-IT zoekt de elektriciteit op tussen jong en gevestigd talent. En, het is een ontmoeting tussen muziek, beeld en media.

Tip 5

Wanneer moet mijn project starten?

Er zijn 2 indienrondes per jaar:

  • 15 mei voor projecten die starten tussen 1 januari en 31 december van het jaar volgend op het aanvraagjaar en maximaal 3 jaar lopen.
  • 15 november voor projecten die starten tussen 1 juli van het jaar volgend op het aanvraagjaar en 30 juni van het jaar daarop en maximaal 3 jaar lopen.

Wil je bij de volgende ronde een dossier indienen? Dus, voor 15 november 2020? Dan moet je project starten tussen 1 juli 2021 en 30 juni 2022. Zorg voor een duidelijke begin- en einddatum van je project.

En, hoe lang mag het duren?

Je project mag maximaal 3 jaar lopen. Je project kan ook 1 of 2 jaar lopen, of over een kortere periode. Motiveer je keuze voor een meerjarig project. Toon een duidelijk en logisch
groeipad aan.

Toch nog vragen? Contacteer één van de consulenten.

Tip 6

Grensverleggend samenwerken, hoe doe je dat?

  • Neem de tijd.
  • Leg niet alles op voorhand vast. Laat ruimte voor het onverwachte.
  • Laat ruimte voor discussie. Zoek samen naar oplossingen.
  • Durf experimenteren. Durf fouten maken.

Luister naar ervaringsdeskundige Myriam Stoffen, directeur van het Brusselse Zinneke.

Tip 7

Waar vind je partners?

Contacteer Vormingplus, het cultuurcentrum of de bibliotheek in jouw regio. Misschien heeft jouw regio ook een intergemeentelijke samenwerking. Deze organisaties kunnen doorverwijzen naar mogelijke partners, op basis van jouw idee.

Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden

OP/TIL werkt samen met deze intergemeentelijke samenwerkingen rond cultuur: Neteland, Midden-Limburg, Cultuurnetwerk KempenCOMEETCultuurregio Leie Schelde, Viertoren, Cultuuroverleg IJzervallei, CO7, zuidwest, GinterBIEcultuurtuin WAASZuidrandRoute42, Druivenstreek, Noordrand, Cultuurregio Pajottenland-Zennevallei, Dijk 92 en de Merode.

Gebruik de toolkit

Gebruik Tool B1 van de Toolkit Bovenlokaal Werken. Lees eerst de handleiding.

Tip 8

Je draagvlak vergroten?

Zoek mensen met een gemeenschappelijke passie. Zo vergroot je je draagvlak. En wie weet, inspireer je ook beleidsmakers.

Bekijk het filmpje met Jef Van Eyck van TransLab K, een Kempens samenwerkingsverband rond deeleconomie.

Deeleconomie

Wat is deeleconomie? Binnen de deeleconomie staan delen en collectief consumeren centraal. Cohousing, een fietsbibliotheek, een gedeelde voedseltuin … Wil je werken rond gezonde voeding, rond ecologie, of mobiliteit? Kijk dan verder dan je eigen gemeente. Ga op zoek naar mensen met een gemeenschappelijke passie.

Translab K

Vormingplus Kempen richtte het platform Translab K op. Het brengt bewoners uit de Kempen samen rond transitie. Het zorgt zo voor een groter draagvlak en zet deeleconomie ook op de agenda van beleidsmakers.

Tip 9

Schrijf een helder en concreet dossier

Ga ervan uit dat de persoon die jouw dossier leest jouw organisatie of werking niet kent. Leg dus helder uit wie je bent, wat je doet, voor wie en waarom.

Maak het concreet. Verlies je niet in doelstellingen of ambities. Maak concrete plannen: Welke stappen zet je? Met welke partners werk je samen? Wat is je timing? Wil je bijvoorbeeld een breder publiek bereiken? Illustreer hoe je dat zal aanpakken.

Verklaar ook de termen die je gebruikt. Ga je voor het opzetten van een proeftuin? Leg uit wat je hiermee bedoelt. Kies je voor een bepaalde methodiek? Verduidelijk dan wat die inhoudt en welk doel je ermee wil bereiken.

Focus. Je kiest voor deze subsidie-aanvraag uit 4 functies: experimenteren & innoveren, creëren & produceren, spreiden & presenteren, of leren & participeren. Je moet er minimaal 2 kiezen. Maak die keuze bewust. Zet je meteen in op alle functies? Dan verlies je focus.

Tip 10

Baken je project duidelijk af

Een project heeft een duidelijk doel, en is afgebakend in de tijd. Je kiest een setting, partners en zet een project op.

En je reguliere werking?

Heb je een bestaande werking? Formuleer scherp in je dossier wat die werking inhoudt. Een project mag geen verderzetting zijn van je reguliere werking.

Een voorbeeld. Werk je als kunsteducatieve organisatie artistieke workshops uit voor scholen? Dan kan dit geen onderdeel zijn van het project. Wil je een totaal nieuwe doelgroep bereiken? En wijk je daarvoor af van je dagelijkse werking? Zal je samenwerken met partners die jou tot bij die doelgroep brengen? Dan kan het wel.

Kleur buiten de lijnen van je reguliere werking

Reflecteer je binnen het project op de eigen werking? Zal je werken aan een interne ommezwaai? Zulke plannen passen niet binnen dit decreet. Je eigen aanpak vernieuwen maakt eerder deel uit van je reguliere werking. Een project kan je later wel integreren in je reguliere werking. Dan verduurzaam je het project.

Alles over deze projectsubsidielijn vind je hier. Ook een aanvraag indienen? De volgende deadline is 15 november 2020.

Blijf op de hoogte en schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

algemene nieuwsbrief
nieuwsbrief projecten