Community of Practice #3 – Cultuur en welzijn delen ruimte
Op COP 3 brachten we cultuur- en welzijnsactoren samen rond een gedeelde vraag: wat gebeurt er wanneer cultuur en welzijn niet naast elkaar werken, maar ruimte delen?
We verkenden hoe cultuurinfrastructuur kan functioneren als sociale infrastructuur in de wijk. Als derde plek. Als uitvalsbasis. Als plek waar mensen kunnen landen.
We startten met een blikopener van Matthias Blondia (Team Stadsbouwmeester Gent), auteur van het essay Zorgen maken. Daarna gingen we in gesprek met drie praktijkvoorbeelden: De Citadel (Diest), Londot 3 (Genk) en Muntpunt (Brussel).
Hun verhalen leverden geen blauwdruk op. Wel een aantal heel concrete vragen. Wat kan jij morgen anders doen met je cultuurinfrastructuur?
Is je gebouw een plek om te landen?
Matthias Blondia stelde een fundamentele vraag: “Wie maakt de stad, en voor wie maken we stad?” Ruimtelijke keuzes zijn nooit neutraal. Ze bepalen wie toegang krijgt tot voorzieningen, wie zichtbaar wordt en wie niet. In zijn blikopener verwees hij naar plekken waar zorg en cultuur elkaar kruisen, en stelde hij ook: “Zijn het enkel zorgactoren die kwartiermaken?”
Kwartiermaken betekent plekken creëren waar mensen kunnen landen, midden in de stad. Dat is geen exclusieve opdracht voor zorginstellingen. Ook cultuurplekken kunnen zo’n rol opnemen, als laagdrempelige infrastructuur waar ontmoeting en ondersteuning elkaar raken.
Wat betekent dat voor jouw gebouw? Wie kan er vandaag gewoon binnenwandelen en blijven?
Maak je van de wijk je vertrekpunt?
In Genk is Londot 3 een gedeeld gebouw waar jeugdwerk, buurtverenigingen, stedelijke diensten en welzijnspartners samen onderdak vinden. Het is tegelijk werkplek en ontmoetingsplek. Wijkmanager Sien benadrukte hoe belangrijk fysieke aanwezigheid is: “Je voelt effecten die je moeilijk kan meten: mensen leren elkaar kennen, zien wat er gebeurt, raken betrokken.”
De danszaal wordt gedeeld door verschillende organisaties. De academie organiseert er activiteiten. Jeugdwelzijnswerk en cultuur kruisen elkaar letterlijk in dezelfde ruimte. Maar gedeeld gebruik vraagt blijvende aandacht. “Dat gedeeld ruimtegebruik nooit af is.” Je moet regels hebben, maar ook flexibiliteit. En vooral: mensen rond de tafel blijven brengen.
Wie werkt er in jouw wijk rond welzijn, armoede, mentale gezondheid, integratie of jeugd? En hoe vaak zitten jullie samen rond dezelfde tafel?
Hoe zorg je ervoor dat mensen zich welkom voelen?
Open deuren volstaan niet. Muntpunt ligt in het hart van Brussel en ontvangt een bijzonder divers publiek. Studenten, ouderen, gezinnen, mensen in kwetsbare situaties: iedereen wandelt binnen. Katrien, hoofd van het team Welkom, benadrukte: “We focussen sterk op de noden en behoeften van de bezoeker en proberen daar zo goed mogelijk op in te spelen.” Het team verwelkomt elke bezoeker die binnenkomt. Ze kennen veel bezoekers bij naam. Ze verwijzen door naar Nederlandstalige zorg- en welzijnsorganisaties wanneer dat nodig is.
Over hun uitgangspunt zei Katrien: “We blijven vasthouden aan ons uitgangspunt: een open huis met brede openingsuren en weinig toezicht.” Gastvrijheid vraagt duidelijke afspraken, aanspreekbaarheid en een inrichting die uitnodigt om te blijven.
Als je vandaag je eigen gebouw binnenstapt als buitenstaander: voel je je welkom?
Erken je dat samenwerking verschillende snelheden heeft?
Gedeeld ruimtegebruik betekent niet dat iedereen vanuit dezelfde logica werkt. In De Citadel in Diest werken stad, coöperatie, ondernemers, verenigingen en verschillende overheidsinstanties samen op een tijdelijke site. Dat brengt uiteenlopende verwachtingen en tempo’s met zich mee. Anneleen beschreef het zo: “Ik zie het als een Tetris-spel: telkens komt er een nieuw blok en moet je beslissen hoe je ermee omgaat. Tegelijk is het een tango met de stad. Je bent tot elkaar veroordeeld. Het is aantrekken en afstoten, maar uiteindelijk moet je samen uitkomen.”
Een overheid werkt procedureel. Een onderneming kan sneller schakelen. Erfgoed en natuurbeheer hanteren weer andere kaders. Die verschillen verdwijnen niet. Ze maken deel uit van het speelveld. De kracht zit niet in het vermijden van frictie, maar in het erkennen van die verschillende snelheden en in het zoeken naar een gedeelde richting.
Welke logica’s botsen er in jouw infrastructuur? En benoemen jullie die verschillen expliciet of blijven ze onderhuids meespelen?
Besef je dat ruimte nooit neutraal is?
Tijdens COP 3 werd duidelijk dat cultuur en welzijn niet alleen ruimte delen, maar ook verantwoordelijkheid. In Diest schuiven regelmatig 150 mensen aan tafel in de volkskeuken. In Genk delen jeugdwerk, buurtverenigingen en stedelijke diensten één gebouw. In Brussel is Muntpunt een plek waar mensen studeren, elkaar ontmoeten of gewoon even kunnen zijn. Dat gebeurt niet vanzelf. Het zijn keuzes.
Katrien zei het zo: “Een bibliotheek is een spiegel van de samenleving. Je leert hier samenleven.” Een spiegel toont wie er is. Maar ook wie er niet is. Wie zich op zijn gemak voelt. En wie misschien sneller weer buiten staat.
Wie krijgt er een sleutel? Wie mag blijven hangen? Wie vindt er een plek? Ruimte lijkt neutraal. Maar dat is ze niet.