Een landschap in beweging — vijf jaar bovenlokale cultuurprojecten
tekst / september 2025
In vijf jaar tijd kregen maar liefst 297 bovenlokale cultuurprojecten groen licht in Vlaanderen en Brussel. Stuk voor stuk bewijzen ze wat er mogelijk is wanneer mensen, organisaties en lokale besturen elkaar vinden, de krachten bundelen en samen nieuwe sporen uitzetten. Ze creëren bovenlokaal ruimte voor vernieuwing, geven cultuur een impuls over de grenzen van gemeenten heen.
In dit artikel analyseren we de cijfers en zoeken we naar verklaringen. Wat typeert de ingediende en goedgekeurde projecten? Welke tendensen vallen op? Wat leren we over het veld, en wat zegt dat over de richting die het bovenlokaal cultuurbeleid uitgaat?
Terugblikken
De rolverdeling tussen overheden in het culturele veld is de voorbije jaren sterk veranderd. Sinds januari 2018 zijn de provinciebesturen in Vlaanderen niet langer bevoegd voor persoonsgebonden materies (cultuur, sport, welzijn en jeugd). Er zijn geen subsidies meer voor cultuur vanuit de provincies. De inhoudelijke en financiële ondersteuning voor onder meer cultuurprojecten is een taak van het lokale en Vlaamse beleidsniveau.
Tegelijkertijd krijgt het bovenlokaal cultuurdecreet vorm als nieuw instrument van de Vlaamse overheid. Dit decreet (2018) ondersteunt onder meer via projectsubsidies culturele initiatieven die grensoverschrijdend werken. Meer bepaald projecten die niet beperkt blijven tot één gemeente of één organi satie, maar die meerdere gemeenten, regio’s of partners uit verschillende sectoren verbinden.
Sinds 2020 zorgen de subsidies voor bovenlokale cultuurprojecten voor een extra laag die culturele samenwerking over gemeente grenzen heen stimuleert in Vlaanderen.
Vijf jaar later blikken we terug op 12 subsidierondes, 890 ontvankelijke dossiers, 297 gesubsidieerde projecten. Samen vormen ze een groeiend netwerk van cultuurmakers die de stap naar bovenlokaal werken zetten. Sinds 2024 krijgen ook 81 kleinschalige projectideeën ruimte via een aparte subsidielijn. Deze cijfers vertellen niet alleen iets over het beleid, maar ook over een sector in beweging, op zoek naar verbinding en impact voorbij de grenzen van gemeenten of disciplines heen.
Een leerproces in cijfers
De eerste twee subsidierondes in 2020 startten met veel enthousiasme, samen goed voor 290 ontvankelijke dossiers. We zien het aantal ingediende dossiers na de eerste drie subsidierondes licht dalen, maar de interesse in de projectoproep blijft groot. Het aantal goedgekeurde projecten neemt toe, van 21% in 2020 tot ongeveer 45% in 2025. De bij aanvang lage slaagkans blijkt geen drempel, maar leidt tot sterkere projectaanvragen.
De aanvraagprocedure legt de lat inhoudelijk en financieel hoog, maar biedt ook kansen voor organisaties die ermee aan de slag gaan. Zowel aanvragers als beoordelaars groeien in hun rol. Wie vandaag een project aanvraagt, doet dat vaak met meer kennis van de criteria, een sterker partnernetwerk, een weloverwogen doelgroep en een realistischere inschatting van de bovenlokale meerwaarde en van de kosten. De subsidie stimuleert zo niet alleen innovatieve artistieke of culturele productie, maar ook reflectie en professionalisering van het veld.
Geld en schaal: meer dan grote getallen
Tussen 2020 en 2025 kent de Vlaamse overheid meer dan 25 miljoen euro toe aan bovenlokale cultuurprojecten. De gemiddelde toegekende subsidie stijgt van ongeveer 60.000 euro in 2021 tot ruim 120.000 euro in 2025. Ongeveer 30% van de projecten ontvangt een subsidie tussen de 50.000 en 100.000 euro. Achter die gemiddelden schuilt een grote spreiding: van kleinschalige initiatieven met een beperkte looptijd tot grootschalige samenwerkingen die meerdere jaren overspannen.
Wat opvalt, is dat projecten met een korte tot middellange looptijd (tussen de 6 en 18 maanden) vaker op goedkeuring kunnen rekenen. Dit toont aan dat bovenlokaal niet per se ‘grootser’ betekent. De lagere slaagkans bij langdurige projecten heeft te maken met de complexiteit van het project, de omvang van het budget, de vaagheid van het laatste projectjaar of twijfels over de haalbaarheid van het geheel.
Wie dient in? Wie krijgt steun?
Het merendeel van de aanvragers zijn vzw’s: goed voor 80% van de ontvanke lijke dossiers en 78% van het toegekende subsidiebedrag. Toch valt op dat projecten, ingediend door steden, gemeenten of hun verzelfstandigde structuren — zoals autonome gemeentebedrijven en projectverenigingen — opvallend succesvoller zijn: ze hebben hogere slaagkansen, ontvangen gemiddeld hogere subsidiebedragen en zijn vaker meerjarig.
Een mogelijke verklaring daarvoor is dat steden en gemeenten per definitie een structurele werking hebben en meer zekerheid over hun jaarlijkse werkingsbudget. Ze kunnen hun subsidieaanvragen vaak beter voorbereiden dan organisaties zonder of met minder personeel. Lokale besturen kunnen projecten ook strategischer aanpakken: niet louter omdat zich een toevallige kans voordoet, maar omdat de projecten passen binnen hun langetermijndoelstellingen.
Ook wanneer ze niet zelf de aanvrager zijn, spelen lokale besturen met hun ondersteuning vaak een sleutelrol voor projectaanvragers. Uit een onderzoek van OP/TIL over de eerste 6 projectrondes blijkt dat bijna de helft van de indieners van goedgekeurde bovenlokale cultuurprojecten hulp krijgt van de lokale overheid. Die steun kan breed zijn, variërend van lokale subsidies en logistieke steun tot de inzet van gemeentelijk personeel. Deze ondersteuning stimuleert projecten en organisaties om door te groeien naar bovenlokale en transversale samenwerkingen.
Daarnaast is de geografische spreiding een aandachtspunt én een kans. Oost-Vlaanderen en Antwerpen dienen het meeste projectdossiers in en halen de hoogste totale subsidie bedragen binnen. Limburg en West-Vlaanderen scoren sterk als je kijkt naar het aantal goedgekeurde projecten per inwoner. Brussel ontvangt dan weer minder subsidies en relatief lage bedragen per project. In landelijke of woongemeenten zijn minder aanvragen, maar de slaagkansen liggen er opvallend hoog. Hoewel de meeste dossiers uit centrumsteden komen, tonen de slaagpercentages in landelijke en woongemeenten aan dat bovenlokale cultuur projecten ook daar sterk kunnen groeien.
Samenwerking als sleutelwoord
Een bovenlokaal cultuurproject start vaak vanuit een gedeeld idee, maar valt of staat met de bereidheid om over sector en gemeente grenzen heen te werken. Of het nu gaat om interstedelijke samenwerkingen, werken binnen culturele regio’s of beleidsdomeinoverschrijdende partnerschappen: het decreet daagt organisaties uit om zichzelf opnieuw uit te vinden als schakels in een groter netwerk.
In die context is het bemoedigend dat projecten uit gemeenten die deel uitmaken van een IGS cultuur gemiddeld beter scoren (36% slaagkans tegenover 32% bij gemeenten zonder IGS cultuur). Dit wijst op de meer waarde die IGS’en cultuur kunnen bieden door hun nabijheid, netwerk en kennis van de regio. Toch dienen gemeenten zonder IGS-structuur nog steeds dubbel zoveel projecten in als gemeenten binnen een IGS. Dit wijst op aanzienlijke groeikansen binnen het bestaande kader voor intergemeentelijke samenwerking.
Van cijfers naar kansen: een uitnodiging
De voorbije vijf jaar tonen aan dat het bovenlokale een waardevol en relevant tussenniveau vormt: niet gebonden aan één plek, maar ook niet meteen op Vlaams niveau. Het biedt ruimte voor experiment, gedeeld eigenaarschap en praktijken die niet in één hokje passen. De sleutel ligt in de verbindingen over culturele sectoren en beleidsdomeinen heen. Het vraagt natuurlijk een andere manier van denken en werken. Kunnen we spreken van een bovenlokale ‘mindset’?
Aan culturele actoren die vandaag twijfelen of ze hun projectidee ‘bovenlokaal’ kunnen invullen, geven we graag mee: ja, het kan. De cijfers tonen dat goed uitgewerkte plannen, gedragen door sterke partners, een reële kans maken op een goedgekeurde aanvraag. De stijgende slaagpercentages, de toenemende diversiteit aan aanvragers en het brede bereik over gemeenten en regio’s heen zijn signalen van een bovenlokaal veld dat groeit — mét en dankzij de sector.
“Binnen dit decreet zie ik nog veel mogelijkheden: er is financiering, een breed beleidskader en ruimte om te experimenteren.”
Blik vooruit
297 goedgekeurde bovenlokale cultuurprojecten tonen de variatie in wat er kan. De bovenlokale praktijken kleuren het veld met dynamiek, samenwerking en innovatie. Ze bewijzen dat samenwerking en slim maatwerk de culturele praktijk sterker maakt. De huidige bovenlokale projecten leggen zo een stevige basis.
De komende vijf jaar? Die worden minstens even uitdagend en boeiend. Nieuwe maatschappelijke uitdagingen, veranderende publieksdynamieken en de nood aan duurzame transversale samenwerking leggen de lat in het nieuwe bovenlokaal cultuurdecreet (2024) hoger. Maar de fundamenten liggen er. En de ervaringen van vijf jaar bovenlokaal samen werken vormen de bouwstenen voor de projecten van morgen.
Durf jij?
Heb je een idee dat over de grenzen van één stad of organisatie reikt? Zoek medestanders, scherp je ambitie aan en ga bovenlokaal aan de slag. Want cultuur is verbinding. En bovenlokale cultuurprojecten maken dat waar. OP/TIL staat klaar. Voor je vertrek, onderweg en bij aankomst.