Hoe CC De Factorij in Zaventem publiek leest, begrijpt en verbindt
Redactie / Annelien Van Damme
Midden in de jonge en superdiverse gemeente Zaventem bouwt De Factorij sinds 2017 aan een toekomstgericht cultuurcentrum. Directeur Lies Coppens vertelt hoe ze met haar team luistert naar het publiek van vandaag en morgen. En hoe samenwerking daarbij de sleutel is.
Wie is 'het publiek'?
Voor Lies bestaat het publiek uit verschillende lagen. Er zijn de vaste bezoekers die de programmatie goed kennen. En de vele kinderen en jongeren die komen met hun ouders, school of jeugdbegeleiders. De oudere generatie trouwe bezoekers valt stilaan weg, en de manier waarop mensen cultuur beleven verandert snel. “Daarom moeten we ons voortdurend afvragen: wie is ons publiek vandaag, en wie zal het morgen zijn?”, vindt Lies.
Publiek is ook meer dan wie vandaag al een ticket koopt. “Alle mensen die hier in de omgeving wonen en die wij nu nog niet bereiken in ons cultuurcentrum, zijn ook ons publiek.” Die brede blik hoort ook bij de publieke rol die De Factorij voor zichzelf ziet. “Wij zijn een publiek gebouw in de publieke ruimte,” benadrukt Lies. “Dat betekent dat onze functie ook verder gaat dan cultuur tonen. Als jongeren hier hun boterhammen eten of iemand uit het asielcentrum wifi komt gebruiken, dan vervullen we die publieke rol.”
Weten wie er woont en beweegt
De Factorij opende in 2017 haar deuren, met een imposante theaterzaal en orkestbak, ontworpen voor de tweejaarlijkse Zaventemse musical. Prachtig, vindt Lies, maar tegelijk een uitdaging: het huis past niet vanzelf bij de jonge, diverse bevolking die in de gemeente en de regio leeft.
Met de werfhelm nog op begon ze aan een omgevingsanalyse: wie woont hier, hoe oud zijn ze, welke talen spreken ze? Zaventem blijkt een zeer jonge en meertalige gemeente, waar 145 nationaliteiten samenleven.
Cijfers zijn voor Lies een startpunt. Zo heeft er in Zaventem 56% van de inwoners een niet-Belgische herkomst. 60% van de inwoners hebben Nederlands niet als moedertaal. 31% van de inwoners is tussen 0 en 24 jaar, waarvan 73% van niet-Belgische herkomst is.
“Dat zijn geen vrijblijvende cijfers. Ze tonen de realiteit waarin wij werken: jong, meertalig, superdivers.” — Lies Coppens
Je publiek kennen is niet enkel te vatten in demografische cijfers. Uit gesprekken leer je volgens Lies meer over je publiek dan eender welk cijfer. Zo trok het team van De Factorij het park in met vrijwilligers en korte vragenlijsten. Ze deden ook diepte-interviews met lokale ondernemers, iemand uit het asielcentrum of een jonge ouder.
“Je kan de toekomst van publiek niet voorspellen, je kan er vandaag wel naar luisteren.”
Inzetten op jongeren
Het school- en familieaanbod is één van de strategische pijlers van De Factorij. Het cultuurcentrum wil het ‘publiek van morgen’ vandaag al bereiken, vanaf een kind zes maanden is. Een sterk lokaal netwerk is hierbij van groot belang, zowel in Zaventem als in de deelgemeenten Nossegem, Sint-Stevens-Woluwe en Sterrebeek.
Er zijn voorstellingen voor baby’s en peuters, niet alleen in het cultuurcentrum maar ook op andere locaties zoals in crèches. En via de structurele samenwerking met scholen worden alle kinderen en jongeren geprikkeld en maken ze kennis met de cultuurplek De Factorij. “Dat gaat ook evengoed over de OKAN klassen die al een voorstelling hebben gebracht op ons podium.”
“Ons doel is eenvoudig: elk kind dat in Zaventem school loopt, komt minstens één keer per jaar naar De Factorij. Van de instapklas tot het zesde middelbaar.”
“Cultuur hoort ook thuis in het netwerk van organisaties die kinderen en jongeren na school een waardevolle tijdsbesteding bieden” zegt Lies. Via de academie van Zaventem - “een schat aan jong talent en publiek” - en jeugd- en gezinswerkingen slaan ze bruggen naar jongeren en hun ouders in de vrije tijd. Ook met het nieuwe BOA-decreet (buitenschoolse opvang en activiteiten) wil De Factorij een rol spelen in de buitenschoolse opvang initiatieven.
De taal van cultuur
In de meertalige regio rond Zaventem is de Nederlandse taal een kans én uitdaging voor cultuur. “Nederlands is de verbindende factor tussen inwoners en ook in ons cultuurcentrum. Tegelijk zorgen we ervoor dat onze taal eenvoudig geschreven is.”
Ook de beeldtaal vindt De Factorij cruciaal. “Inwoners moeten zich kunnen herkennen in affiches en foto’s”. En, de Factorij kiest bewust ook nog voor drukwerk. Niet iedereen voelt zich aangesproken via sociale media. “Een flyer aan de schoolpoort of in het buurtwinkeltje doet vaak meer dan een Facebook-post,” zegt Lies.
De Factorij zoekt naar cultuurvormen waar taal geen drempel hoeft te zijn. “Circus is universeel en visueel. Het brengt mensen samen.” Zo ontstond het tweejaarlijkse circusfestival Cirkerie, in een openbaar park. “We merken dat we daar een totaal ander publiek bereiken dan in onze theaterzaal. Meer mensen voelen zich daar welkom. En dat is precies de bedoeling.”
Diversiteit binnen de muren
“We zijn als team nog te homogeen,” zegt Lies. “We hebben te weinig brede representatie om alle verhalen geloofwaardig te brengen.” Binnen de structuur van een lokaal bestuur is dat niet eenvoudig te veranderen. De procedures bepalen sterk wie een kans krijgt, en sluiten onbewust mensen uit. “We hebben als cultuurcentrum niet de tools om dat personeelssysteem van vandaag op morgen te veranderen, maar we kunnen wel samenwerken met mensen die andere stemmen binnenbrengen.”
“We zien co-curatie als een van de manieren om die homogeniteit te doorbreken.” Lies droomt van een tentoonstelling rond black power, vanuit het standpunt van vrouwelijke fotografen. “Ik kan dat conceptueel bedenken, maar het is niet aan mij om dat verhaal te brengen. Mijn rol is om ruimte te maken voor wie dat wél kan."
Samenwerken is ook leren en uitdagen
Voor De Factorij is samenwerken meer dan een manier om aanbod te creëren of meer publiek te bereiken. “We leren ervan,” zegt ze. “We delen bijvoorbeeld ervaringen met collega’s uit Cultuur Noordrand over werken in een meertalige context.”
Partners dagen voor Lies ook je eigen perspectief uit. “We zoeken partners - zoals de OKAN klassen - die andere verhalen binnenbrengen, die ons iets leren over representatie, taal en gastvrijheid.” Lies vindt dat de essentie van samenwerken: “niet elkaar bevestigen, maar elkaar uitdagen.”
Welke samenwerking daagt jou uit om nieuwe publieken te ontmoeten en anders te kijken naar je organisatie?