Minister van Cultuur selecteert 31 kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten — ronde 4
December 2026 — De vierde projectoproep voor kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten is afgerond. Van de 53 dossiers die op 1 september ’25 werden ingediend kregen 31 projecten een positief advies. Dit voor een totaalbedrag van 580.909 euro.
Deze projecten kunnen vanaf 1 januari 2026 van start gaan, voor de duurtijd van maximum 1 jaar. Ze ontvangen maximaal 25.000 euro subsidie.
Wat maakt het verschil?
Samen tonen zij de diversiteit aan initiatieven in het culturele veld en welke kenmerken doorslaggevend zijn voor een positief advies. Tegelijk leggen de afgekeurde aanvragen bloot waar het in de praktijk vaak misloopt.
In deze analyse belichten we eerst de goedgekeurde projecten en zoomen we daarna in op de meest voorkomende redenen voor een negatief advies in deze ronde.
Wat typeert de goedgekeurde projecten?
De goedgekeurde projecten onderscheiden zich door een sterke inhoudelijke uitwerking, een geloofwaardig bovenlokaal karakter en een duidelijke meerwaarde ten opzichte van de reguliere werking van de aanvragers. Zoals vaak is er weer een brede thematische en geografische spreiding.
Levend erfgoed en lokale identiteit
Verschillende projecten focussen op erfgoed en regionale geschiedenis, telkens vertaald naar hedendaagse artistieke vormen. Markante bomen en De ossenwagen brengen via participatie en storytelling historische boomverhalen en ambachtelijk erfgoed tot leven.
Historische figuren staan centraal in projecten als Stanneke (over coureur Stan Ockers), Een koffertje vol dromen (over illustratrice Jaklien Moerman) en Verbeeckjaar (naar ondernemer en sociaal pionier Martin Verbeeck).
Ook muzikaal erfgoed krijgt een actuele vertaling in Soundwest, De folklegendes en De Gloed van Biesen, waar jong talent in dialoog gaat met historische repertoires. Erfgoed fungeert hier niet als eindpunt, maar als vertrekbasis voor nieuwe creatie.
Kansen voor een nieuwe generatie en kwetsbare groepen
Daarnaast zetten veel projecten sterk in op eigenaarschap, talentontwikkeling en inclusie. In CLUSTER krijgen jongeren letterlijk de sleutel van de stad om een festival te cureren, terwijl Get Out Of My Garage fungeert als springplank voor alternatief muziektalent. Dragon Jazz Kansentraject biedt intensieve coaching aan jonge jazzmuzikanten. ANDERS dan fictie creëert ruimte voor auteurs buiten de klassieke literaire kaders.
Projecten als Jeugdzorg op de kaart en Samenspeling verbinden kwetsbare jongeren met musea en professionele kunstenaars. Laat je bewegen… richt zich op zintuiglijke workshops voor personen met een beperking, terwijl Versterking zonder drempels inzet op technische vorming voor een divers publiek.
Opvallend is dat sociale doelstellingen consequent worden gekoppeld aan artistieke kwaliteit en professionele omkadering.
Artistieke beleving en publieke ruimte
Een derde cluster goedgekeurde projecten zoekt expliciet de ontmoeting met het publiek buiten de klassieke cultuurplekken.
Interdisciplinaire festivals zoals Klinken Percussie Festival, Parknacht Festival en LanDans Festival combineren muziek, dans en circus met een sterke regionale inbedding. Locatiegerichte projecten als Vuurnacht, Tygerstrepen en Never Promised You a Rose Garden transformeren dorpen, leegstaande huizen en industriële sites tot tijdelijke ontmoetingsplekken.
De relatie tussen kunst, natuur en maatschappij staat centraal in Lighting The Forest, Opmars van ’t Schijn, The Armed Man – a mass for peace en Lucifers Nacht. Daarnaast bouwen projecten als LAND VAN LOBO, Bouwen-Bidden-Beton, BABBEL, Sing the City! en What’s Love Got To Do With It aan innovatieve platformen met een breed, bovenlokaal bereik.
Waarom projecten werden afgekeurd
Naast deze sterke selectie vallen de negatieve adviezen op door hun terugkerende patronen. Afwijzingen zijn zelden het gevolg van één enkel probleem, maar van een combinatie van structurele tekortkomingen.
Een eerste en vaak doorslaggevende factor is budgettaire onduidelijkheid. Forfaitaire begrotingen zonder detail, dubbeltellingen, rekenfouten of het opnemen van niet-subsidiabele kosten (zoals infrastructuur) ondermijnen het realisme van de begroting. Ook het ontbreken van eigen middelen of partnerfinanciering, hoewel niet verplicht, roepen soms vragen op over de haalbaarheid.
Daarnaast worden projecten afgewezen wegens overlap met de reguliere werking. Nieuwe voorstellingen, jaarlijkse festivals of jubilea krijgen een negatief advies wanneer ze inhoudelijk nauwelijks verschillen van reeds bestaande activiteiten. Ook trajecten die vooral gericht zijn op interne organisatievernieuwing vallen vaak buiten de doelstelling van de oproep.
Een derde knelpunt is een onvoldoende bovenlokale karakter. Projecten blijven soms te lokaal verankerd, partnerschappen beperken zich tot de inkoop van diensten. Of de beoogde bovenlokale impact blijft te vaag en onvoldoende onderbouwd.
Verder speelt gebrek aan vernieuwing en transparantie een belangrijke rol. Hernemingen van bestaande initiatieven worden enkel ondersteund wanneer duidelijk wordt waarin ze vernieuwen. Onvoldoende openheid over eerdere edities of voorbereidende trajecten leidt tot lage scores en dus negatieve adviezen.
De resultaten van deze projectoproep tonen enerzijds een divers en dynamisch cultuurveld maar anderzijds ook dat artistieke ambitie alleen niet volstaat voor een goedgekeurd dossier.
Goedgekeurde projecten combineren altijd inhoudelijke kwaliteit met een concrete uitwerking, sterke bovenlokale samenwerking en een realistische begroting. Afgekeurde dossiers vallen opvallend vaak in dezelfde valkuilen.
Voor toekomstige aanvragers ligt hier een belangrijke les: inhoudelijke scherpte, budgettaire transparantie en bovenlokale verankering zijn minstens zo belangrijk als het idee zelf.
Meer informatie kan je vinden op de website van het Departement Cultuur, Jeugd en Media.