Reflecties voor het cultuurveld: superdiversiteit en intergenerationaliteit
De samenleving verandert snel: ze wordt jonger én ouder, diverser én complexer. Hoe speel je daarop in als cultuurwerker? Tijdens OP/HEF 2025 doken we samen in die vragen.
We laten (toekomst)denkers, kritische stemmen, onderzoekers en cultuurpraktijken reflecteren over publiek van de toekomst en de kracht van grensverleggend samenwerken.
Zet hun blik om naar actie in jouw (boven)lokaal cultuurbeleid of cultuurorganisatie, voor jouw publiek van de toekomst.
Over identiteit, superdiversiteit en representatie
“Diversity is reality, is the future.” Met dat bord stond Dalilla Hermans (schrijver) in 2015 op een protestactie in Antwerpen. Het is vandaag haar uitgangspunt:
“Superdiversiteit is geen toekomst — het is realiteit. Niet iets dat nog op ons afkomt, maar iets waarin we al leven. En er is geen weg terug.”
Dalilla beschrijft hoe dat inzicht haar pad bepaalde. Toen ze in Brugge werkte als seizoensdenker bij het Concertgebouw rond 'Ik ben weer velen', nodigde ze de Rwandese zangeres Teta Diana uit. “Die prestigieuze zaal zat plots vol kleur. Wat bedoeld was als een gewoon concert, werd een feest. Het moment maakte iets zichtbaar: Zo’n moment toont wat representatie kan doen.”
Ze ontdekte ook dat Brugge een stad is met een heel grote Aziatische gemeenschap. “Ik wist dat helemaal niet. En ik dacht: als ik dat niet weet, dan weten veel anderen dat ook niet. Dat betekent dat een groot deel van deze stad niet gerepresenteerd wordt.” Daaruit groeide het panelgesprek Asian Representation in Bruges. “Voor veel van hen was het de eerste keer dat ze zichzelf herkenden in een cultureel programma. Dat moment heeft me opnieuw bevestigd: representatie gaat niet over cijfers of quota, maar over de kans om jezelf terug te zien in het verhaal van je stad.”
Dalilla koppelt representatie aan tijd, aandacht en gedeeld eigenaarschap:
"Je moet willen zien wie er allemaal in je stad leeft, en beseffen wie zich niet herkent in je verhalen. De blinde vlekken en de onzichtbare hekken verdwijnen niet vanzelf. Geef gedeeld eigenaarschap aan een relevant netwerk: Je kan geen cultuurbeleid ‘voor iedereen’ maken als je niet samen met iedereen beslist wat dat betekent. Geef mensen niet alleen toegang tot je infrastructuur, maar ook tot je budgetten. Geef de sleutels af.”
Verdieping
- Brugge 2030 - The art of conversation: projecten die dialoog tussen mensen, organisaties en hun achterban aanmoedigen.
Solidariteit en tegenmacht vanuit cultuur
Tijdens haar keynote “Solidariteit gegrond in realiteit” nam Layla El-Dekmak (journalist) het publiek mee in een persoonlijk en maatschappelijk verhaal over de nood aan solidariteit in cultuur en media. Ze vertrok vanuit haar thesis 'Cultuur van de belofte', waarbij ze de Antwerpse podiumsector tegen het licht hield. Superdiversiteit bleef toen, en blijft vandaag, een uitdaging.
Na haar studies koos Layla voor een loopbaan in de journalistiek, onder meer bij de VRT. Dertien jaar lang was ze er vaak de enige persoon van kleur op de vloer, maar één aanwerving kan geen boot van koers doen veranderen. Ze stapte over op de solidaire journalistiek, gebaseerd op het werk van professor Anita Varma.
“Het is journalistiek die haar agenda niet laat bepalen door macht, maar door de waardigheid van mensen” legde ze uit. Ze waarschuwde voor de 'extractie van pijn voor clicks of kijkcijfers' en pleitte voor een manier van werken die luistert, terugkomt en verantwoordelijkheid opneemt. “Een verhaal vertellen zonder louter extractie van pijn,” zei ze, “is ook iets wat een cultureel huis voor ogen moet houden.”
In het tweede deel van haar keynote richtte Layla de blik op klasse en ongelijkheid. Ondanks de relatieve welvaart leeft vandaag nog altijd 7,8 procent van de Vlamingen in armoede. Dat zijn zo’n 520.000 mensen. Ze citeerde Anne Van Lancker, voorzitter Decenniumdoelen: “Het is een politieke keuze om mensen in armoede te duwen.”
Armoede treft vooral ouderen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond – precies de groepen die vaak niet in de cultuurhuizen te vinden zijn. “Als je oog hebt voor klasse,” zei Layla, “verkrijg je sowieso diversiteit en inclusie.” Ze riep cultuurwerkers op om na te denken over wat ze kunnen betekenen voor mensen zonder middelen, en over hoe cultuur toegankelijk kan blijven voor wie niet vanzelfsprekend meedoet.
Layla sloot af met een krachtige oproep aan de cultuursector. De groei van extreemrechtse en autoritaire tendensen vormt volgens haar niet alleen een politieke, maar ook een culturele uitdaging. Daarom dragen culturele instellingen een bijzondere verantwoordelijkheid: ze bepalen mee welk verhaal wordt verteld, wie wordt gehoord en wie niet.
Layla riep cultuurhuizen, gezelschappen en beleidsmakers op om die maatschappelijke rol ernstig te nemen. “Jullie hebben macht, veel macht,” zei ze. “Gebruik die om ruimte te maken voor stemmen die anders verdwijnen. Het antwoord op verharding is verbinding. Het antwoord is moed – moed om keuzes te maken die misschien iets kosten, maar alles betekenen.”
Verdieping
Superdivers dromen en doen
Wat betekent het om als cultuurorganisatie écht in te spelen op superdiversiteit? Vier gasten delen openhartig hoe dat in hun context vorm krijgt — en hoe dat vaak gepaard gaat met vallen en opstaan.
Jasper Steurs (CC De Factorij, Zaventem) vertelt hoe diversiteit in elke regio anders aanvoelt: “Ik dacht dat ik diversiteit kende vanuit Antwerpen, maar hier in Zaventem is het een totaal andere diversiteit. Dat vraagt andere recepten.” Hij werkt nauw samen met partners zoals het Huis van het Kind om nieuwe doelgroepen, zoals anderstalige ouders, te bereiken.
CC De Factorij is een heel groot en mooi gebouw, maar tegelijk vormt dit imposante voor velen een drempel om er binnen te komen. “Het is goed dat ook de bibliotheek hier huist, en het liefst zouden we van de centrale foyer van het cultuurcentrum ook een ‘third space’ maken”. CC De Factorij kiest ervoor om niet enkel in het gebouw te blijven. “Zo hebben we een 2-jaarlijks circusfestival Cirkerie: voor alle leeftijden in park Mariadal (Zaventem), met een bijna volledig gratis programma.”
Ook Mikoyan Lamonte (GC de Muse, Drogenbos) erkent de kracht van naar buiten te trekken. “Elke woensdag van 14-16u bij goed weer organiseren we de Sportbox, een woordloze, vrije ontmoetingsplek in de wijk. Kinderen komen spelen en ik doe een praatje met de ouders.” Volgens Mikoyan blijft het wel een uitdaging om mensen vast te houden als je ze één keer bereikt hebt. “Je denkt dat je een winnend recept hebt, maar volgende keer lukt het dan toch niet. Soms is dat frustrerend, maar dat is de realiteit.”
Stel jezelf ook de vraag, ben ik in de beste positie om iedereen te kunnen bereiken? “We hebben bijvoorbeeld een brugfiguur in samenwerking met Pin vzw die sneller connectie kan maken met de doelgroep dan ik als witte man. We leren veel van elkaar.”
Khaoula Chichi (c o r s o, Berchem) wil bewegen met het ritme van jongeren in plaats van hen ‘te betrekken’ in een ritme dat we hen opleggen. Zo vertelt ze hoe twee middelbare scholen in de buurt hun leerlingen op de middag niet kunnen opvangen door plaatsgebrek.
Dit is een experiment, en ja het vraagt veel van het team want “de derde ruimte van die jongeren wordt soms ook wel een bedreiging voor de tweede ruimte van het team”.
“Tijdens de lunchpauze komen die jongeren dan bij ons langs. We voorzien warm water voor hun Aïki-noedels en creëren een aangename plek — geen evenement, maar een conversatiestarter”.
Nadia Babazia (Red Star Line Museum, Antwerpen) legt de nadruk op het belang om (migratie)verhalen te delen. “Het is niet eenvoudig om hedendaagse migratieverhalen te brengen in een context waarin migratie als realiteit niet altijd breed geaccepteerd wordt. En net daarom is het zo nodig.”
Verhalen verzamelt het museum buiten de muren van het museum. “De flikkering in iemands ogen wanneer ze horen en voelen dat hun verhaal ertoe doet — dat is het mooiste.” Soms groeit daaruit zelfs blijvend engagement, zoals mensen die willen gidsen in het museum.
Moderator Jana Kerremans sluit af met een oproep die de kern raakt van elk gesprek over superdiversiteit: blijven trekken aan de kar, plannen durven loslaten en leren bewegen op het ritme van de ander.
Het generatieconflict is een mythe, focus op het collectieve
Pedro De Bruyckere (pedagoog en onderzoeker, Universiteit Utrecht) toont aan dat het idee van jongeren die zich afzetten tegen ouderen historisch gezien sterk overdreven is. “De meerderheid van de jongeren in de jaren zestig waren gewoon thuis. Het generatieconflict is heel vaak een mythe.” Hij stelt dat er vandaag meer verschillen binnen generaties dan tussen generaties bestaan. Leeftijd bepaalt dus minder onze waarden en interesses dan factoren als klasse, gender of afkomst.
Herwaardeer het collectieve. In onderwijs en samenleving is de focus lang op het individu gericht geweest — elk kind zijn eigen traject, playlist of leerpad. Maar Pedro wijst op een kentering: “Collective teacher efficacy – het geloof dat de groep meer kan dan het individu – heeft het hoogste leereffect ooit gemeten.” De toekomst ligt volgens hem in het versterken van het gezamenlijke geloof in verandering. Vertaal dit principe naar cultuur: de echte vernieuwing ontstaat wanneer teams, gemeenschappen en partners samen verantwoordelijkheid nemen en geloven in hun gezamenlijke kracht.
Vergrijzing en ontgroening herschikken onze samenleving. Pedro gaf scherpe demografische inzichten: in sommige regio’s zullen scholen sluiten bij gebrek aan leerlingen, terwijl elders tijdelijke druk ontstaat door een babyboomgolf die doorstroomt naar het hoger onderwijs. “Er zijn weinig kinderen, en er komt een periode dat er héél weinig kinderen zijn.” De ongelijkheid tussen regio’s zal groeien, en beleidsmakers houden daar nog te weinig rekening mee.
Verdieping
- presentatie OP/HEF Pedro De Bruyckere: Inter-generaties?
- Jeugdonderzoeksplatform: cijfers over jongeren tussen 12 en 25 jaar, over verschillende aspecten van hun leven.
We willen allemaal oud worden, maar niet oud zijn
An-Sofie Smetcoren (Society & Ageing Research Lab, VUB) legde de vinger op de negatieve beeldvorming rond ouder worden. Onderzoek naar de hashtag #okboomer toont hoe ouderen online vaak als wereldvreemd of irrelevant worden voorgesteld. Ze benoemde dit als ageïsme: discriminatie op basis van leeftijd, vergelijkbaar met racisme of seksisme.
Participatie en intergenerationele verbinding is het tegengif. An-Sofie benadrukte dat ouderen niet enkel willen deelnemen, maar deelhebben: betrokken zijn bij besluitvorming, cultuur en gemeenschapsleven. “Het is niet omdat men zorg nodig heeft, dat men geen goesting meer heeft om deel te hebben.” Projecten als Vier het Leven of intergenerationele initiatieven zoals Senioren Slam tonen hoe cultuur een brug kan slaan tussen leeftijden. De sleutel ligt in ontmoeting, langdurig contact en erkenning van ieders talent.
Verdieping
- presentatie OP/HEF An-Sofie Smetcoren: 'Niet voor ouderen, maar met ouderen: vergrijzing als kracht.'
Cultuur zonder leeftijdsgrenzen
Hoe creëer je cultuurplekken waar zowel jong als oud zich thuis voelen? Vier gasten delen hun praktijkervaringen over het verlagen van drempels, het aanvaarden van frictie en het durven loslaten van controle.
Tine Bergiers (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk) benadrukt dat kinderen vandaag steeds minder kansen krijgen om écht te spelen — vrij, rommelig, zonder doel — en “daar dragen wij, de grote mensen, een grote verantwoordelijkheid in”. Volgens Tine moeten cultuur en jeugdwerk samen optrekken, om kinderen en jongeren ruimte te geven, letterlijk en figuurlijk. “Cultuur bepaalt mee waar kinderen mogen spelen, wat er in de buurt te doen is en hoe vrije tijd eruit ziet.” Ook plekken zoals bibliotheken, die eerder met stilte worden geassocieerd, kunnen zich heruitvinden: “Als je kinderen en jongeren wil uitnodigen om er écht te verblijven, moet je de plek ook organiseren volgens hun noden.”
Dyna Zeitouni (Muntpunt, Brussel) gelooft in het geven van eigenaarschap aan jongeren. “Wij zetten de deuren open door sleutels letterlijk en figuurlijk af te geven aan jongeren. We ondersteunen hen in het begin en laten dan meer en meer los. Soms loopt dat fout, maar ze leren het meest door te proberen.” Dyna erkent dat deze keuzes ook spanningen oproepen in een bibliotheek: “Er zijn mensen die stilte willen en jongeren willen dan weer overal workshops doen.”
Muntpunt probeert dit te ondervangen door jongeren bewust te maken van die mogelijke frictie en hen mee verantwoordelijk te maken. “Elke woensdag kunnen jongeren een project komen pitchen. We vragen hen dan ook steeds hoe ze rekening zullen houden met ander publiek in de bib. Dat leert hen toleranter te zijn en dat blijvend te doen.”
Ronald Vrydag (Brussels Ouderenplatform) benadrukt de kracht van openheid. Het BOP werkt zonder lidmaatschap, je kan één keer komen of meer. “We willen plekken maken waar iedereen kan binnenstappen – voor een gesprek, een koffie of een activiteit.” Taal is soms een drempel, maar tegelijk een kans: ouderen helpen jongeren Nederlands oefenen en bouwen zo samen aan “het Brussel van morgen”.
Tom Ternest (Het Eenzame Westen) vertelt hoe zijn werk met ouderen begon bij een toevallig moment van ontroering: “Ik zag een oude man vallen met zijn boodschappen en niemand in de buurt om hem te helpen. Dat was echt schokkend. Ik hielp hem. Op dat moment besliste ik dat ik daar iets mee wilde doen.” Zijn voorstellingen ontstaan uit echte ontmoetingen, niet enkel over ouderen, maar mét hen — een samenwerking die volgens hem “buzz creëert in het dorp bij de oudere inwoners”.
We kunnen concluderen dat de gesprekken duidelijk maken dat echte verandering frictie vraagt: durven loslaten, ruimte geven en luisteren naar wat nog niet vanzelfsprekend klinkt. Wie macht deelt en durft bewegen op het ritme van de ander, bouwt aan een cultuursector die niet over mensen spreekt, maar met hen creëert.