Regio Brugge bouwt aan intergemeentelijke samenwerking
redactie in samenwerking met Lothar Casteleyn, stafmedewerker cultuurbeleid Brugge
De voorbije jaren werd in de regio Brugge intensief gewerkt aan regiovorming op het vlak van cultuur. Dit gebeurde enerzijds onder impuls van het burgemeestersoverleg en anderzijds via overleg tussen de cultuurcoördinatoren. De dynamiek rond de kandidatuur voor Europese Culturele Hoofdstad (ECOC) bood daarbij een extra stimulans voor regionale samenwerking. Nu Brugge niet weerhouden is als ECOC, blijft de regio verder inzetten op het versterken van de intergemeentelijke samenwerking.
ECOC en IGS-vorming sporen samen
Regio Brugge is een vrij compacte referentieregio (10 gemeenten, 287.000 inwoners) met als aantrekkingspolen Brugge en daarnaast de kustgemeenten Knokke-Heist en Blankenberge. De gemeenten sluiten vrijwel allemaal aan bij de stad Brugge. De regio combineert stedelijkheid met landelijkheid. Er was tot vrij recent geen grote drive om regionaal samen te werken, maar dat is sinds 2019 aan het wijzigen op vraag van het burgemeestersoverleg, met ondersteuning van de WVI (West-Vlaamse Intercommunale). Die coördineert het burgemeestersoverleg.
In de periode 2023-2024 bereidde Brugge ook haar ECOC-kandidatuur voor. Daarbij keek de stad resoluut naar haar ommeland.
“Bij de opmaak van haar kandidatuur wil Brugge ook de referentieregio inzetten. De historiek van Brugge en de regio zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het programma wordt ontwikkeld vanuit Brugge als cultureel knooppunt van én voor de regio.
Binnen de inhoudelijke programmalijnen wordt gekeken naar concrete projecten die zich kunnen ontplooien over de referentieregio. Of gericht aan de slag gaan met bepaalde locaties die een bovenlokaal belang hebben. Het traject verbonden aan de Brugse kandidatuur voor Europese Culturele Hoofdstad doorkruist de zoektocht naar meer culturele samenwerking in de referentieregio. Beide trajecten zijn communicerende vaten die elkaar kunnen versterken. Want het Stadsbestuur Brugge wil ook verder met de thema’s en onderwerpen die Brugge 2030 aansnijdt als de kandidatuur niet verder loopt na 2025 of 2026.”
De jongste jaren was er dus best wat beweging binnen de referentieregio Brugge. In 2023 vonden verschillende groepsgesprekken, presentaties en individuele gesprekken plaats in het kader van de verkenning en uitbouw van regionale culturele samenwerking in de referentieregio Brugge. Cultuur- en vrijetijdscoördinatoren, schepenen en diverse cutuurwerkers werden bevraagd en er werd geregeld verslag uitgebracht op het burgemeestersoverleg.
Midden 2024 blikten we met OP/TIL en het ECOC-team van Brugge terug op deze periode en gingen we in dialoog over de regionale culturele samenwerking. Uit dit gesprek kwamen volgende vaststellingen en bevindingen.
- Organisch gegroeide regiovorming: De samenwerking rond cultuur in de regio Brugge is de voorbije jaren sterk en organisch gegroeid. Het is een domein waar spontane samenwerking tussen verschillende partners vanzelfsprekend lijkt te ontstaan. Lothar Casteleyn neemt hierin een trekkersrol op, met ondersteuning van de coördinator van het burgemeestersoverleg, de WVI. Opvallend is dat de trekkers veel vrijheid krijgen binnen hun mandaat, wat de dynamiek ten goede komt.
- Politieke en ambtelijke samenwerking. De politieke validatie van projecten volgt meestal op een periode van intensief ambtelijk voorbereidingswerk. Zo ontstaat er een goede wisselwerking tussen beleid en praktijk. Het project rond intergemeentelijke samenwerking (IGS) loopt parallel aan het traject van de kandidatuur voor Europese Culturele Hoofdstad (ECOC). Vanuit Brugge wordt er nauwgezet afgestemd tussen beide sporen.
- De regio is in beeld, maar vaak nog te impliciet. Hoewel de regio betrokken wordt bij de samenwerking, is dit niet altijd duidelijk in de communicatie en interne werking. Door tijdsgebrek konden in 2024 niet alle gewenste regioprojecten worden opgestart. Toch benadrukken de Brugse trekkers dat de ECOC-kandidatuur altijd al intrinsiek gericht was op de regio, ook al kwam dat dus niet altijd voldoende naar voren in de communicatie.
- Open houding en drempels. Brugge toont zich als centrumstad open en genereus ten opzichte van de regio. Toch is het opzetten van bovenlokale structuren met eigen rechtspersoonlijkheid geen ingeburgerde gewoonte in de Brugse regio, wat initieel een drempel vormde voor de verdere uitbouw van een IGS.
- Inhoudelijke agenda en methodiek. De inhoudelijke agenda voor samenwerking is ontstaan na een ronde langs de gemeenten en werkt inspirerend door in de plannen voor de Europese Culturele Hoofdstad. De agenda van ECOC zelf is vooral procesmatig opgevat, met “The art of conversation” als centraal thema. De vier inhoudelijke thema’s voor Brugge 2030 worden verder besproken met de regio. Als culturele hoofdstad wil Brugge vooral inzetten op het ‘doen’, waarbij het gesprek zelf zowel methodiek als resultaat is.
ECOC-kandidatuur The art of conversation
Brugge diende in september 2024 haar kandidatuur in voor de titel van Europese Culturele Hoofdstad 2030 met het thema “The Art of Conversation”. Met dit thema wou de stad haar rijke erfgoed en innovatieve kracht inzetten om maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, diversiteit, armoede en technologische ontwikkelingen aan te pakken. Ook de negen omliggende gemeenten werden betrokken in het programma. Het doel was om de culturele dynamiek niet te beperken tot de stad zelf, maar uit te breiden naar de bredere regio.
Deze regionale samenwerking dient meerdere doelen: het versterken van de culturele en creatieve sectoren in de hele regio, het bevorderen van interactie tussen stedelijke en landelijke gebieden, en het aanpakken van uitdagingen zoals overtoerisme. Door het project open te stellen voor de omliggende gemeenten, wou Brugge een breder draagvlak creëren en de culturele participatie vergroten.
“The art of conversation” — Het bidbook in een notendop
Brugge kiest met ‘The Art of Conversation’ voor dialoog als rode draad, zowel als doel als methodiek. Kunst en cultuur worden gezien als motor voor betekenisvolle gesprekken en verbinding tussen mensen, generaties en gemeenschappen. Het programma wordt opgebouwd via open oproepen en co-creatie met lokale, regionale en internationale partners, kunstenaars en inwoners.
Het artistiek programma is opgebouwd rond acht pijlers, die telkens als uitgangspunt dienen voor projecten en evenementen:
| Artistieke lijn / pijler | Toelichting |
| 1. Cross-pollination between art, heritage, culture and society |
Koppeling van erfgoed, kunst en maatschappelijke thema’s, met aandacht voor actuele uitdagingen. |
| 2. Attention to undervalued voices |
Ruimte voor stemmen die vaak niet gehoord worden, zoals minderheden, jongeren, nieuwkomers. |
| 3. Diversity of cultures | Viering en uitwisseling van verschillende culturen en identiteiten binnen Brugge en Europa. |
| 4. A highly engaged region | Actieve betrokkenheid van de regio, met focus op samenwerking en kennisdeling over gemeenten heen. |
| 5. A European perspective and mindset | Europese thema’s, samenwerking met andere steden, en uitwisseling van kunstenaars en projecten. |
| 6. Creation as the heart of art | Creatie en experiment staan centraal, met veel ruimte voor nieuwe makers en innovatieve formats. |
| 7. Attention to (cultural) education | Koppeling van cultuur en onderwijs, met projecten voor en door jongeren en scholen. |
| 8. Shining a spotlight on young talent |
Jonge makers en kunstenaars krijgen kansen en zichtbaarheid, met aandacht voor hun ontwikkeling. |
In de periode 2023-2024 werden dertig pilootprojecten opgezet die deze artistieke lijnen concreet maakten, gaande van publieke interventies, festivals en workshops tot participatieve trajecten.
De jury besliste in oktober 2024 om Brugge niet te laten deelnemen aan de vervolgfase van de kandidatuur. Samen met Kortrijk en Gent werd de stad niet weerhouden.
Het panel erkende best wat sterke punten in de kandidatuur. Brugge bouwde voort op de erfenis van Brugge 2002 en toonde een sterke ambitie om haar culturele strategie te versterken. De stad zette in op samenwerking tussen hedendaagse cultuur en erfgoed, en wilde haar rol als culturele trekker in de regio verder uitbouwen. De betrokkenheid van vrijwilligers en het grote aandeel van cultuur in het stadsbudget werden positief onthaald. Ook de verbreding van het project naar de regio werd gezien als een slimme manier om overtoerisme te beheersen.
Toch waren er volgens het expertpanel enkele belangrijke aandachtspunten. De verbinding tussen het gekozen thema en het culturele DNA van Brugge werd onvoldoende duidelijk gemaakt. De voorgestelde projecten waren vooral kleinschalig en lokaal, waardoor het onduidelijk bleef of ze konden uitgroeien tot een volwaardig programma. Ook de Europese dimensie van het dossier bleef te oppervlakkig: de plannen om Europese partners te betrekken en samen te werken met andere Culturele Hoofdsteden waren nog niet overtuigend uitgewerkt.
Op het vlak van participatie en educatie waardeerde de jury de ambitie om moeilijk bereikbare doelgroepen te betrekken, maar er ontbraken concrete voorbeelden en een uitgewerkt plan voor samenwerking met het onderwijs.
Hoewel de kandidatuur werd stopgezet, blijft Brugge verder bouwen op de fundamenten die met Brugge 2030 zijn gelegd, met aandacht voor verbinding, samenwerking en vernieuwing in het culturele veld. De stad Brugge ziet het afgelegde traject als een leerproces dat de culturele ambities heeft versterkt en de creatieve energie in de stad heeft aangewakkerd. Er zijn hechtere relaties ontstaan tussen culturele spelers en andere sectoren, en het thema ‘The Art of Conversation’ wordt verder meegenomen als leidraad voor het cultuurbeleid van de komende jaren.
Gelopen traject 2019-2025
- Sedert 2019 nieuw structureel ambtelijk overleg op vlak van cultuur/vrije tijd, dat met ondersteuning van WVI (Line Putseys) is opgezet op vraag van het Burgemeestersoverleg in regio Brugge.
- 2023: gesprekken Lothar Casteleyn met cultuurcoördinatoren omliggende gemeenten in referentieregio met vraag hoe regio rol kan spelen in Brugge 2030.
- 2023-2024 onderzoek IDEA Consult met middelen ABB rond samenwerking op verschillende domeinen in referentieregio.
- najaar 23 - voorjaar 24: overlegmomenten met de schepenen van cultuur en een voorstellingsmoment op het burgemeestersoverleg.
- Brugge diende op 2 september ’24 haar Bidbook in.
- Op 24 oktober ‘24 kreeg Brugge te horen dat de ECOC-kandidatuur niet weerhouden is.
- 2025: Binnen de referentieregio blijft men de vorming van een IGS cultuur voorbereiden, ondersteund door een projectsubsidie binnen het Bovenlokaal Cultuurdecreet om een verder Visietraject uit te zetten met een Trajectcoördinator als projectmedewerker.
- 2025: Zes gemeenten van de regio verzilveren samen een project binnen LEADER Noord-West-Vlaanderen. Ze trekken met een muziekvoorstelling naar WZC’s in de regio.
Op naar een IGS voor culturele samenwerking
Intussen zijn we meer dan een half jaar na de ECOC-beslissing, en blijven Brugge en de omliggende regio voortbouwen aan intergemeentelijke culturele samenwerking. Het ECOC-team is verdwenen, maar stafmedewerker Lothar Casteleyn is nog steeds actief rond het dossier, als drijvende kracht.
Lothar relativeert het mislukken van de ECOC-kandidatuur en het effect dat dit heeft voor de IGS-vorming: “De kandidatuur kon het proces versnellen en versterken, maar we waren sowieso al bezig met de vraag: 'Wat betekent Brugge voor de regio?'. We hebben gekeken hoe we de instrumenten van de Vlaamse overheid konden inzetten voor samenwerking. Die twee trajecten – de IGS-werking en de ECOC-kandidatuur – hebben we slim aan elkaar weten te verbinden. De punten die we als werkpunten voor de regio benoemden, konden we goed aligneren met ‘The Art of Conversation’ als overkoepelend thema.
De ambitie om regionaal samen te werken bestond al. De ECOC-kandidatuur had het potentieel om alles groter en ambitieuzer te maken, maar de basis lag er al. De connectie met onderwijs bijvoorbeeld, kunnen we in de regio verder uitrollen, los van het bidbook. Het klopt dat de kandidatuur vooral als stedelijk werd gelezen, maar het regionale zat er wel degelijk in, zij het minder expliciet.”
Een aantal ideeën en inzichten van het ECOC-dossier krijgen een nieuw leven in het nieuwe meerjarenplan 2025-2030 van de stad Brugge: “Thema’s als talentontwikkeling, creatieve ruimte en artistieke productie willen we verder uitwerken als beleidslijnen. Rond het belang van jongerencultuur is er een interne oefening bezig, met centraal de positie van Het Entrepot.
Die focus op jong talent en eigenaarschap willen we blijven vasthouden. Ook het idee om cultuur meer naar de mensen te brengen, blijft belangrijk. Want enkel zo kunnen we de drempels tot cultuurbeleving blijven verlagen. De kern van ons bidbook, ‘het bruggen bouwen tussen cultuur en welzijn’ leeft nog steeds, al staan er momenteel nog geen concrete projecten hierover in de steigers.”
Sedert 2024 zit de IGS-vorming in een stroomversnelling, volgens Lothar Casteleyn: “We hebben een regionale verkenningsnota gemaakt en teruggekoppeld met de cultuurcoördinatoren. Er is een subsidie aangevraagd bij het Agentschap Binnenlands Bestuur die de voordelen van een eigen rechtspersoonlijkheid heeft geduid.
In het najaar ‘24 hebben we dan ingezet op een projectsubsidie binnen het Bovenlokaal Cultuurdecreet, om zo ook een trajectcoördinator aan boord te krijgen die mee het verder parcours kan uitzetten. We hebben tot nu toe veel tijd geïnvesteerd in het meekrijgen van de tien gemeenten en in het bepalen van de nodige personeelsformatie. De opstart van zo’n IGS is best complex. We willen dat iedereen mee is, oude en nieuwe schepenen.
Ook de verdere uitrol van de UiTPAS binnen de IGS en het opzetten van een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie zijn belangrijke sporen. Het blijft zoeken naar de juiste structuur en mensen, De strategische lijnen blijven: cultureel ontmoeten, talentontwikkeling en ondersteuningsbeleid. De inhoudelijke lijnen zijn: jeugd en cultuur, natuur en cultuur, en een versterkende erfgoedwerking, complementair aan de werking van de beide erfgoedcellen in onze regio (Brugge en Kusterfgoed).
Inhoudelijke toekomstsporen
De referentieregio wil haar samenwerking baseren op een gedeelde inhoudelijke agenda. Die wordt in meerdere gespreksrondes en individuele bezoeken aan de partnergemeenten gevormd. Zonder volledig te willen zijn lezen we al deze beloftevolle sporen:
- Cultureel ontmoeten. Cultuur wordt ingezet als verbindende kracht om mensen samen te brengen, zowel binnen als over gemeentegrenzen heen. Dit gebeurt via initiatieven als rondreizende culturele programma’s, openluchtactiviteiten, en aangepaste culturele programma’s voor specifieke doelgroepen zoals senioren. Er is veel aandacht voor samenwerking met het sociaal-cultureel werk en het lokale verenigingsleven, met ruimte voor nieuwe werkvormen en ondersteuning van vrijwilligers.
- Natuur & cultuur. De regio Brugge kent een grote landschappelijke diversiteit, met natuurgebieden, bossen, kastelen en kust. Deze unieke troeven worden benut als culturele ankerpunten en ontmoetingsplekken. Er wordt ingezet op culturele activiteiten in de natuur, zoals land art en festivals, en op samenwerking rond landschapsparken en erfgoed.
- Aanbod voor kinderen & jeugd. Bibliotheken, culturele centra en academies werken samen aan schoolprogramma’s, workshops en creatieve projecten. Ook het deeltijds kunstonderwijs speelt een belangrijke rol in de expressie en talentontwikkeling van jongeren, met aandacht voor samenwerking en kennisdeling over de gemeentegrenzen heen.
- Erfgoedwerking. Gemeenten kunnen samenwerken rond erfgoedevenementen, musea, kastelen, religieus erfgoed en immaterieel erfgoed. Er wordt gestreefd naar kennisdeling en een gezamenlijke publiekswerking. Ook wordt gekeken naar nieuwe modellen voor beheer en herbestemming van erfgoedsites, met cultuur als verbindende factor.