Welke vragen helpen je om te bouwen aan een cultuurplek van morgen?
Auteur: Inge Van de Walle, OP/TIL
1. Waar dromen cultuurwerkers van?
Waar dromen cultuurwerkers van? Van sterke, levendige cultuurplekken. Plekken waar mensen niet alleen aan cultuur deelnemen, maar cultuur ook mee maken. Geen gebouwen die uit een kant-en-klaar pakket komen, maar binnen- en buitenruimtes die karakter hebben. Die tegen een stootje kunnen. Die duurzaam zijn en flexibel. Die zich laten delen en heruitvinden.
Cultuurwerkers dromen van plekken die lonken naar de toekomst. Waar ontmoeting centraal staat en waar verbeelding inspeelt op maatschappelijke uitdagingen. Plekken die niet losstaan van de samenleving, maar die er diep in geworteld zijn. Die verbinding zoeken met onderwijs, welzijn en vrije tijd. Die inzetten op sociale samenhang en op de veerkracht van een buurt, gemeente, stad of regio.
Deze cultuurplekken maken meer en betere participatie mogelijk. Ze dagen uit, verwelkomen, inspireren. Ze zijn een antwoord op de vragen van vandaag én een uitnodiging aan de generaties van morgen.
Met de Community of Practice Cultuurplekken van morgen brengen we deze dromen samen. We creëren ruimte voor visie, actie en samenwerking. Want sterke cultuurplekken bouw je niet alleen — die bouw je samen. Wat je in dit artikel leest, groeide uit de ideeën en uitwisseling tijdens de Community of practice ‘Cultuurplekken van morgen’ in het voorjaar van 2025. Het denk- en doewerk van een diverse groep die lokaal, bovenlokaal en op Vlaams niveau ijvert voor cultuurinfrastructuur. De komende jaren focussen we binnen de Community of practice op drie thema’s: gedeeld ruimtegebruik, participatie en de visie op cultuurplekken van morgen.
2. Waar maken we morgen plaats voor cultuur?
Overal in Vlaanderen bouwen lokale besturen en cultuurorganisaties aan plekken die aansluiten bij wat er nu leeft en tegelijk meebewegen met wat komt. Duurzaamheid, gedeeld gebruik en maatschappelijke meerwaarde staan voorop.
Vandaag is de nood hoog. Heel wat cultuurgebouwen zijn verouderd en sluiten niet meer aan bij de huidige normen rond energie en toegankelijkheid. Het cultuurpubliek verandert en dus ook de manier waarop ruimtes worden gebruikt. Cultuurinfrastructuur is dus best flexibel, nodigt uit tot ontmoeting en speelt in op nieuwe vormen van cultuurbeleving.
Tegelijk zijn beschikbare ruimtes schaars: parochiezalen, ontmoetingsplekken en gemeenschapsinfrastructuur verdwijnen in snel tempo. Niet zelden worden ze verkocht aan projectontwikkelaars, waardoor verenigingen en informele netwerken letterlijk hun plek verliezen. Ruimtes die decennialang spontaan gedeeld werden — gedeelde ruimte avant la lettre — staan onder druk.
In deze context groeit het belang van slim, meervoudig en gedeeld ruimtegebruik. Nieuwe initiatieven zetten in op het combineren van functies, het delen van infrastructuur en het verlengen van gebruikstijden. Dat vraagt niet alleen om fysieke aanpassingen, maar ook om nieuwe manieren van denken en organiseren.
"We willen vrijetijdsinvulling én dienstverlening combineren, waar ook ontmoeting en initiatieven van burgers en verenigingen kunnen groeien."
Religieuze gebouwen, zoals kerken, worden steeds vaker gezien als waardevolle plekken voor herbestemming. Ze bieden niet alleen kansen om leegstand tegen te gaan, maar ook om het culturele weefsel lokaal te versterken. Een aantal deelnemers in de community hanteren bewust de term nevenbestemming, als alternatief voor herbestemming. Nevenbestemming laat toe om nieuwe functies toe te voegen aan bestaande infrastructuur, zonder de oorspronkelijke (erfgoed)identiteit uit te wissen.
“Er komt een nieuwe bibliotheek in de kerk van Strombeek-Bever. In deze kerk zal ook een klein(er)e liturgische ruimte komen, waardoor het dus zal gaan om een nevenbestemming van de huidige kerk.”
De kracht van gedeeld ruimtegebruik zit ook in de kans om sectoren en beleidsdomeinen met elkaar te verbinden. Cultuur als een brug tussen zorg, onderwijs, vrije tijd en welzijn. Die kruisbestuiving versterkt de maatschappelijke relevantie van cultuurplekken.
"We voelen als culturele sector de noodzaak om fysieke ruimtes te delen en om cultuur te verbinden met andere beleidsdomeinen in de vrije tijd, zorg, onderwijs, integratie."
Door cultuurplekken open te stellen voor andere gebruikers, ontstaan nieuwe logica’s van gebruik en co-existentie. In dat proces verschuift het denken van eigendom naar gedeeld belang. Die verschuiving maakt ook ruimte voor inclusie:
"Inclusieve ruimte betrekt mensen in kwetsbare posities om actief ruimte in te vullen. Dit versterkt competenties, verlaagt polarisering en is eigenlijk sociaal werk."
Een voorbeeld is het inzetten van onderbenutte ruimtes in woonzorgcentra voor kunstenaarsresidenties, welzijnsinitiatieven of startende ondernemers, wat de bewoners (die weinig buitenkomen) terugbrengt in het hart van de samenleving en laat deel uitmaken van een levende plek.
Ook tijdelijke invullingen voeden het DNA van de cultuurplekken van morgen. Ze zijn toegankelijk, wendbaar en vertrekken vanuit de noden van de omgeving. Ze maken ruimte voor experiment, samenwerking en het ontwikkelen van nieuwe sociaal-culturele logica’s.
"Een plek is ook plaats om ook met nieuwe sociaal-culturele logica's te experimenteren."
3. Waarom zijn cultuurplekken weerbarstig?
Wie bouwt aan cultuurplekken, botst onderweg ook op drempels. Samenwerken rond ruimte betekent onderhandelen over toegang, verantwoordelijkheden en timing. Als cultuurorganisaties, sectoren én burgers samen ruimte maken, vraagt dat duidelijke afspraken en vertrouwen in elkaar.
"Hoe kwesties van vertrouwen werken in gedeeld ruimtegebruik, is een interessant vraagstuk."
Tegelijk wordt beheer steeds complexer. Logistiek, afspraken, sleutelbeheer en verzekeringen maken gedeeld gebruik er niet eenvoudiger op. In kleinere gemeenten rust het beheer vaak op vrijwilligers, wat de draagkracht beperkt. De nood aan kennisdeling en uitwisseling rond het beheer van infrastructuur is groot bij de deelnemers. Ze zoeken inspiratie, good practices en concrete tools, verschillende beheers- en exploitatiemodellen voor gedeelde ruimtes waarbij verenigingen, overheden en vrijwilligers betrokken zijn.
Ambities zijn er genoeg, maar zonder middelen blijft het vaak bij ideeën. Budgettaire beperkingen remmen verandering. Er is nood aan investeringen, aan doordachte businessmodellen en aan het verkennen van alternatieve financieringsvormen. Hoe duurzaam je een cultuurplek exploiteert is even belangrijk als de verbouwing zelf. Bij tijdelijke invullingen met oog voor planet, people en profit, is een evenwichtige mix van commerciële, culturele en publieke functies cruciaal.
Ook participatie brengt kansen én uitdagingen met zich mee. Door mensen actief te betrekken bij het ontwikkelen en gebruiken van cultuurplekken ontstaat eigenaarschap en verbondenheid. Al heeft participatie pas echt impact als ze vroeg genoeg begint: niet bij de uitwerking, maar al bij het bepalen van wat mensen en cultuurorganisaties nodig hebben en waar ze van dromen.
Participatie is nooit neutraal: het is een machtsdynamiek. Wie krijgt een stem? Hoe ga je om met spanningen of ongelijk engagement? Hoe voorkom je dat participatie vrijblijvend blijft?
"Het is zoeken naar een evenwicht tussen 'harde roepers' en 'harde zwijgers' in gesprekken."
Binnen de community is er een duidelijke behoefte om verder te gaan dan oppervlakkige consultatie en te komen tot echte participatie. Deelnemers vragen expliciet naar good practices en lessons learned – ook wanneer participatie moeizaam of conflictueus verliep.
Er is nood aan toegankelijke tools, methodieken, ruimte voor experiment én tijd. Tijd om relaties op te bouwen om vanuit vertrouwen samen te werken. Binnen de community worden verschillende acties voorgesteld om hiermee aan de slag te gaan, zoals experimenteren en leren door te doen, intervisies organiseren, inspiratiewandelingen opzetten en werfbezoeken plannen.
4. Wat hebben we nodig om vooruit te gaan?
De behoefte aan een heldere, gedeelde visie op culturele infrastructuur loopt als een rode draad door de Community of Practice “Cultuurplekken van morgen”. Die nood speelt op elk bestuursniveau: lokaal, bovenlokaal én Vlaams. Veel cultuurplekken werken vandaag in een versnipperd beleidslandschap, waarin verantwoordelijkheden vaak onduidelijk zijn en onderlinge afstemming ontbreekt. Zoals een stem uit het werkveld het verwoordt:
“We moeten afstemmen over beleidsniveaus heen: gemeentelijk, bovenlokaal, Vlaams.”
Op lokaal niveau komt de vraag naar visievorming bijzonder scherp naar voren. Lokale besturen worden geconfronteerd met verouderd patrimonium, versnipperde functies en beperkte middelen. Daarbij klinkt er een duidelijke oproep om minder ad hoc en meer over het grote geheel na te denken. Een lokale cultuurambtenaar gaf aan:
“We hebben een helikoptervisie nodig op alle vrijetijdsinfrastructuur in de gemeente.”
Ook wordt het belang benoemd van visieontwikkeling die breed gedragen is binnen het lokale bestuur. “Bij de realisatie van een cultuurhuis lopen we vast op uiteenlopende meningen en visies binnen de politiek,” klinkt het bij een andere participant. Tegelijk is er lokaal de ambitie om plekken toekomstgericht te transformeren, zoals het herbestemmen van een kerk tot bibliotheek, of het uitwerken van een langetermijnplan voor een cluster van infrastructuren. Lokaal is er nood aan houvast én inspiratie: zowel om prioriteiten te bepalen als om samenwerking op het terrein te stimuleren.
Naast het lokale niveau, komt ook het bovenlokale en niveau steeds vaker in beeld als schaal waarop infrastructuurvraagstukken gezamenlijk aangepakt kunnen worden. Er klinkt de vraag of aangrenzende gemeenten elk in dezelfde infrastructuur moeten voorzien, of beter complementair werken.
“We willen vermijden dat elke gemeente op haar eiland blijft werken. Kunnen we niet samen een masterplan opstellen?”
Intergemeentelijke samenwerkingen (zoals IGS’en cultuur) worden genoemd als kans om doelen en acties over cultuurinfrastructuur uit te tillen boven het louter lokale. Tegelijk is er nood aan een duidelijkere rolverdeling: “Welke rol kan je als regio opnemen? En hoe pak je dat concreet aan?”
Vanuit het veld is er ten slotte ook een duidelijke verwachting richting de Vlaamse overheid. Lokale actoren zoeken kaders, richting en coherentie — zowel inhoudelijk als financieel. Het ontbreken van duidelijke krijtlijnen wordt als een rem ervaren op lokale beleidsontwikkeling: “Niet elk bestuur heeft de ruimte of capaciteit om zelf een visie uit te werken. Vlaamse doelstellingen kunnen een houvast bieden.” Ook is er nood aan duidelijkheid over subsidies en regelgeving, en aan structurele dialoog tussen beleidsniveaus heen.
We starten vandaag
Sterke cultuurplekken ontstaan niet vanzelf. Ze vragen tijd, samenwerking en keuzes die verder gaan dan de waan van de dag. Met de Community of Practice Cultuurplekken van morgen brengen we mensen samen die lokaal, bovenlokaal en Vlaams werk willen maken van gedeeld ruimtegebruik, participatie en een gedragen visie. De komende jaren (2025 - 2027) zoeken we verder — met praktijkkennis als vertrekpunt en samenwerking als werkwijze. Want cultuurplekken maken is werk van velen. En dat werk begint vandaag.