24 regio's met ambitie om samen te werken voor cultuur
Tekst / april 2026
Op 1 april dienden 24 regio’s een cultuurnota in bij de Vlaamse Overheid. Ze wagen hun kans om structurele werkingsmiddelen binnen te halen als intergemeentelijk samenwerkingsverband met een bovenlokale cultuurwerking (een IGS cultuur) voor een periode van 2027-2032.
OP/TIL begeleidde en ondersteunde alle 24 dossiers in opmaak.
De eerste cijfers...
- Er werden 24 cultuurnota's ingediend.
- Bij de ingediende dossiers zijn 9 van de 13 centrumsteden betrokken: Brugge, Kortrijk, Roeselare, Sint-Niklaas, Aalst, Antwerpen, Turnhout, Genk en Leuven.
- Er dienden 8 regio's een compleet nieuw dossier in waarvan 2 regio's opgaan in een grotere regio.
- 16 regio's hadden al een erkenning als IGS cultuur in de periode 2020-2026 en dienden nu een nieuw dossier in, al dan niet in gewijzigde samenstelling.
Wat willen we graag delen?
We onthouden alvast uit onze ondersteuning:
- Elk IGS cultuur vertrekt vanuit een eigen realiteit. Hoe ambitieus en innovatief een IGS cultuur is, hangt nauw samen met de kenmerken, spelers en dynamiek in de regio.
- Elk IGS cultuur neemt verschillende rollen op. Er is een voortdurende spanning tussen regie en uitvoering. Heldere afspraken zijn nodig, maar flexibiliteit in rollen blijft essentieel.
- Elk IGS cultuur heeft een andere draagkracht. De organisatie, omvang en beschikbare capaciteit van IGS-teams bepaalt hoe hoog je de lat kan leggen. Ambities moeten vertaald worden naar keuzes die haalbaar blijven met de beschikbare mensen en middelen.
- Elk lokaal bestuur heeft een andere bestuurskracht. Politieke gedragenheid en de ambtelijke draagkracht bepalen mee het succes van een IGS cultuur. Een sterke samenwerking steunt op een heldere rolverdeling en gedeeld eigenaarschap.
- Elk traject heeft een eigen tempo. De goesting is er overal, maar het vertrekpunt verschilt per regio. Dat bepaalt de focus en hoe snel je stappen kunt zetten.
- Verbind de sector met andere domeinen. Transversaal samenwerken werkt vaak het best als je vertrekt vanuit een lokale, sectorspecifieke nood.
Regionaal cultuurbeleid is altijd maatwerk
Samenwerken op regionaal niveau vertrekt altijd vanuit een eigen realiteit. De bestuurlijke context, het lokale cultuurveld en de maatschappelijke uitdagingen verschillen immers sterk van plek tot plek. Zelfs wanneer regio’s op elkaar lijken, kiezen ze vaak voor een andere aanpak of acties. Daarom kun je beleidsplannen nooit zomaar één-op-één vergelijken.
Bij OP/TIL leggen we de nadruk op dat regionaal maatwerk. We zien die verschillen ook in de praktijk:
- In stedelijke regio’s is er vaak een uitgebreid professioneel cultureel netwerk aanwezig, wat de ruimte voor innovatie en verdiepend werken vergroot. De uitdaging ligt daar vooral in het opbouwen van duurzame partnerschappen.
- In meer landelijke regio’s krijgt vernieuwing vaak een andere invulling, aangepast aan de schaal en de beschikbare spelers.
Beide omgevingen vragen om tijd, onderzoek en reflectie. Het gaat erom te ontdekken wat echt werkt en wat implementeerbaar is binnen de eigen werking. Elke regio bepaalt zo zijn eigen ritme en focus.
Tussen regie en actie
Binnen hun opdrachten balanceren regio’s voortdurend tussen de verwachtingen van twee kanten. Waar de Vlaamse overheid vooral inzet op coördinatie en facilitering, verwachten de lokale besturen vaak een concrete uitvoering en directe ondersteuning. In de praktijk noemen we dit het samenspel tussen de regierol en de actorrol.
Om helder te communiceren met partners zijn goede afspraken onmisbaar: wie doet wat en wanneer? De ervaring leert dat de invulling van de regierol organisch groeit, afhankelijk van de fase van een project. Omdat plannen niet kunnen bestaan zonder actie, lopen rollen als verbinder, innovator of inspirator constant in elkaar over. Een te strikte rolverdeling is niet wenselijk; souplesse is nodig om echt impact te maken.
Een veeleisend takkenpakket
Elk IGS cultuur heeft een andere draagkracht. De regiocoördinator speelt een sleutelrol in de werking. Maar de functie is veeleisend. Het takenpakket is breed: van het bouwen aan netwerken en het begeleiden van processen tot de inhoudelijke en organisatorische opvolging. Bovendien werkt niet elke coördinator exclusief voor cultuur. In 'meervoudige IGS’en' combineren ze die rol vaak met erfgoed, jeugd of een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED).
De beschikbare budgetten bepalen de personeelscapaciteit. Sommige samenwerkingen draaien op één persoon - soms ondersteund door een administratieve kracht - terwijl andere zijn ingebed in een grotere dienstverlenende vereniging.
Wanneer er extra medewerkers zijn, focussen zij vaak op specifieke projecten, zoals de regionale bibliotheek of de UiTPAS. Vaak zetten zij hun expertise ook in voor andere domeinen, zoals publiekswerking of vrijetijdsparticipatie.
Vaak nemen medewerkers een ‘transversaal takenpakket’ op. Ze zetten hun expertise in voor projecten als de regionale bib of de UiTPAS, maar springen ook bij voor publiekswerking of participatie. Bovendien stimuleerden de referentieregio’s tot grotere werkingsgebieden.
Meer inwoners en meer lokale besturen bieden kansen, maar vragen ook meer energie. Omdat de middelen en het personeelsbestand bij de lokale besturen niet altijd evenredig meegroeien, blijft het zoeken naar een evenwicht tussen wat we willen en wat we kunnen waarmaken.
Lokale steun als basis voor regionaal succes
Wat een regio kan waarmaken, hangt nauw samen met de bestuurskracht van de kernpartners: de deelnemende lokale besturen zelf. Een regionaal actieplan komt pas echt tot leven dankzij concrete afspraken en de opvolging binnen elke gemeente. Dat vraagt niet alleen om politieke steun, maar ook om ambtelijke ruimte om de plannen effectief uit te voeren.
Hoe sterk een gemeente inzet op cultuur, behoort tot de lokale autonomie. In de praktijk zien we echter vaak de grenzen van die inzet. Beperkte personeelscapaciteit, verloop van medewerkers en overvolle agenda’s zijn de realiteit.
In kleinere gemeenten rusten cultuur, jeugd, sport, toerisme en erfgoed vaak op de schouders van één persoon. Het lokale takenpakket zit daardoor al meer dan vol. Bovenlokale samenwerking voelt dan soms als een extra opdracht, in plaats van een logisch onderdeel van de dagelijkse werking.
Ruimte maken voor dat bovenlokale takenpakket vraagt om een andere mindset bij lokale besturen. Dat is een groeiproces. De regel is simpel: Hoe sterker de lokale bestuurskracht, hoe impactvoller de bovenlokale cultuurwerking.
Daarnaast is er het spanningsveld tussen centrumsteden en de omliggende, kleinere gemeenten. Omdat de startpositie niet voor iedereen gelijk is, zijn heldere communicatie en duidelijke verwachtingen essentieel. Alleen zo garandeer je dat elke partner gelijkwaardig is en de eigenheid van elke gemeente bewaard blijft.
Een bonte mix van startposities
Het landschap van de intergemeentelijke samenwerkingen ziet er in 2027 voor iedereen anders uit. Tijdens onze begeleidingstrajecten zien we overal diezelfde gedrevenheid. We zien een mix van jarenlange ervaring en een frisse start:
Het landschap ziet er in 2027 voor iedereen anders uit. Tijdens onze trajecten zien we een mix van jarenlange ervaring en frisse starts:
- De ervaren krachten: Sommige regio’s werken al heel lang samen. Zij stemden hun cultuuraanbod en communicatie al af binnen het vroegere decreet lokaal cultuurbeleid, of bouwden voort op netwerken van bibliotheken en cultuurhuizen. Voor hen ligt de focus nu op het verduurzamen van wat er al staat. Die continuïteit is hun grootste troef.
- De groeiers: Andere regio’s zetten hun eerste stappen tijdens de afgelopen beleidsperiode. Zij bouwen nu verder op de fundamenten die ze de voorbije jaren hebben gelegd.
- De nieuwkomers: Een nieuwe groep die voor het eerst de opdrachten uit het Bovenlokaal Cultuurdecreet aanpakken. Zij starten met een schone lei: zonder voorgeschiedenis, maar met veel plannen en verwachtingen.
De brug tussen sectoraal en transversaal werken
Transversaal werken zit in het DNA van de IGS’en cultuur. Dat zagen we al in de Landschapstekening van de bovenlokale culturele ruimte en dat horen we ook vandaag in de praktijk. Het uit zich in de vele partners uit andere sectoren en de manier waarop regio’s inspelen op brede maatschappelijke uitdagingen.
Tegelijkertijd vervult een IGS cultuur een rol als regionaal steunpunt voor de sector zelf. Cultuurhuizen, bibliotheken en vrijetijdsdiensten zoeken vaak hun weg in het versnipperde Vlaamse ondersteuningsaanbod rond thema’s als leesbevordering, digitalisering of publiekswerking. Soms missen ze daardoor kansen, of sluit het aanbod niet goed genoeg aan op hun specifieke lokale realiteit.
Regio's spelen in op die nood. Ze blijven inzetten op sectoraal overleg en ondersteuning op maat van de lokale partners. Hun aanbod is aanvullend op wat er op Vlaams niveau gebeurt. Door heel concreet te vertrekken vanuit wat er lokaal leeft, maken ze de brug naar bredere samenwerkingen die de sector overstijgen.
Nieuws in oktober 2026
Op dit moment buigt een externe beoordelingscommissie zich over de ingediende cultuurnota’s. Na overleg brengen zij een advies uit aan minister van Cultuur Caroline Gennez. Zij beslist uiteindelijk welke regio’s middelen ontvangen voor de periode 2027-2032. Die beslissing verwachten we in oktober.
In de tussentijd duikt OP/TIL zelf in de nota’s voor een grondige analyse. We willen ontdekken welke regio’s een gelijkaardig profiel hebben, met welke thema’s ze aan de slag gaan en hoe zij de samenwerking tussen lokale cultuurspelers zien. Ondertussen houden we het netwerk warm: in juni trekken we met ons lerend netwerk OPTEL op inspiratie-tweedaagse naar Noord-Frankrijk.
Een knap staaltje werk
We zagen van dichtbij hoe hard er in de regio’s is gewerkt aan deze toekomstplannen. Wat vaak begon met een eenvoudig idee, groeide uit tot een intensief proces van participatie en het creëren van draagvlak. Het was een constante evenwichtsoefening tussen de lokale noden en de Vlaamse verwachtingen en procedures. Dat vroeg om een flinke portie vertaalwerk en doorzettingsvermogen.
Hoewel het nog wachten is op de beslissing, feliciteert OP/TIL de IGS’en cultuur nu al voor hun doorzetting, harde werk en flexibiliteit!