Minister van Cultuur selecteert 16 bovenlokale cultuurprojecten — ronde 14
mei 2026 / analyse door Mehdi Maréchal
Minister van Cultuur Caroline Gennez keurde in de veertiende en laatste ronde van de huidige projectoproep voor bovenlokale cultuurprojecten zestien projecten goed voor een totaalbedrag van 1.608.696 euro. In totaal werden 54 dossiers ingediend, wat neerkomt op een slaagpercentage van 30%. De deadline voor deze ronde was 15 november 2025, met een mogelijke startdatum vanaf 1 juli 2026.
Deze ronde markeert meteen ook het einde van een subsidielijn die sinds 2019 een belangrijke rol speelde in het stimuleren van experimentele, participatieve en transversale samenwerkingen binnen het bovenlokale cultuurveld. De oproep wordt vervangen door de nieuwe subsidielijn voor grote transversale bovenlokale cultuurprojecten, waarvan de eerste deadline op 15 mei 2026 ligt.
Uit de goedgekeurde projecten blijkt opnieuw hoe sterk bovenlokale cultuurpraktijken inzetten op maatschappelijke relevantie, samenwerking over sectorgrenzen heen en actieve participatie van burgers en gemeenschappen. Opvallend is ook de blijvende aandacht voor mentale gezondheid, inclusie, publieke ruimte en de relatie tussen cultuur en zorg.
Kunsten blijven grootste indiener, lokaal cultuurbeleid scoort het best
Zoals in eerdere rondes kwamen de meeste dossiers uit de kunstensector. Van de 54 ingediende projecten waren er 29 afkomstig uit de kunsten. Uiteindelijk werden zeven kunstprojecten goedgekeurd, goed voor een slaagpercentage van 24%, wat iets lager ligt dan het gemiddelde.
Het lokaal cultuurbeleid kende met drie goedgekeurde projecten op zeven aanvragen het hoogste slaagpercentage: 42%. Ook sociaal-cultureel volwassenenwerk was goed vertegenwoordigd, met drie goedgekeurde projecten op tien aanvragen.
Daarnaast werd telkens ook één project goedgekeurd uit de sectoren erfgoed, circus en amateurkunsten.
Deze resultaten verschillen niet zoveel van de vorige rondes, waardoor er toch niet echt sprake is van grote veranderingen.
Regionale verschillen in slaagkansen?
Projecten werden ingediend vanuit alle Vlaamse provincies en Brussel. Uit Oost-Vlaanderen werden de meeste dossiers ingediend (18), gevolgd door Antwerpen (12) en Brussel (10). Opvallend is echter dat die hoge indieningscijfers zich niet automatisch vertaalden in hogere slaagkansen. Zo werden maar vier projecten goedgekeurd uit Oost-Vlaanderen, en telkens drie uit Antwerpen en Brussel.
Uit West-Vlaanderen werden drie projecten goedgekeurd uit zeven indieningen en uit Limburg twee van de vier, waardoor deze provincies in deze ronde opvallend sterker scoorden dan gemiddeld, terwijl Oost-Vlaanderen en Antwerpen onder het gemiddelde bleven. Hier is over de rondes heen echter geen tendens in waar te nemen, waardoor het eerder wijst op de brede regionale spreiding van projecten dan van significante regionale verschillen in slaagkans.
Ervaren aanvragers blijven sterk aanwezig
Acht van de zestien goedgekeurde projecten werden ingediend door organisaties die eerder al succesvol een bovenlokaal cultuurproject realiseerden. Onder meer FOLKMJUZIK, Ell Circo d’El Fuego, Stad Poperinge, CC Kortrijk, FMDO, SAGA, in de ruimte en Halfmoon behoren tot die groep.
Dat wijst erop dat ervaring met bovenlokale projectwerking een belangrijke troef blijft. Tegelijk toont deze ronde ook dat eerdere ervaring geen garantie biedt op succes. Drie organisaties die in het verleden al een goedgekeurd project realiseerden, kregen in deze ronde een negatief advies.
Wat maakt een project sterk volgens de beoordelingscommissie?
Uit de adviezen van de beoordelingscommissie komen enkele duidelijke beoordelingscriteria naar voren. Projecten die positief beoordeeld werden, combineren doorgaans een sterke inhoudelijke visie met een heldere uitwerking en relevante partnerschappen.
Heldere visie en methodologische uitwerking
De commissie hecht veel belang aan projecten die vertrekken vanuit een scherp en coherent concept. Dossiers met een duidelijke culturele finaliteit en die methodologisch goed onderbouwd zijn, hebben een streepje voor. Sommige projecten worden ook expliciet geprezen om hun professionele en doordachte aanpak. Ook vernieuwende elementen binnen bestaande werkingen, zoals open calls of nieuwe participatieve formats, blijken een belangrijke meerwaarde.
Transversale samenwerking als meerwaarde
Sectoroverschrijdende samenwerking blijft een cruciale factor in de beoordeling. Vooral projecten die bruggen slaan tussen cultuur, zorg, welzijn, onderwijs of publieke ruimte worden positief onthaald. De commissie waardeert partnerschappen waarbij verschillende organisaties elkaars expertise versterken en samen een duidelijke maatschappelijke meerwaarde creëren.
Participatie en maatschappelijke relevantie
Veel goedgekeurde projecten vertrekken vanuit een concrete maatschappelijke uitdaging of een ondervertegenwoordigde doelgroep. Participatie speelt daarbij vaak een centrale rol.
Projecten waarin deelnemers niet alleen publiek zijn, maar ook co-creator of mede-eigenaar van het traject, sluiten sterk aan bij de verwachtingen van de oproep.
Realistische planning en focus
Ook de praktische uitwerking blijft essentieel. Dossiers met een helder stappenplan, een afgebakende focus en een realistische planning worden duidelijk sterker beoordeeld dan projecten die te breed of te vaag geformuleerd zijn.
Waarom projecten worden afgekeurd
De adviezen van de beoordelingscommissie tonen tegelijk ook welke valkuilen regelmatig terugkeren in afgekeurde dossiers.
Een eerste terugkerend element is een gebrek aan inhoudelijke argumentatie. Verschillende projecten kregen het advies dat de beschrijving te summier bleef of onvoldoende concreet was uitgewerkt.
Daarnaast blijken projecten die te breed zijn of onvoldoende focus hebben, moeilijker weten te overtuigen. Wanneer de doelstellingen of methodologie onvoldoende scherp worden geformuleerd, leidt dat vaak tot een negatief advies.
Ook de verhouding tussen projectwerking en reguliere werking blijft een belangrijk aandachtspunt. De commissie benadrukt dat projectsubsidies bedoeld zijn voor tijdelijke en experimentele trajecten, niet voor structurele werkingen.
Ten slotte speelt ook vernieuwing een belangrijke rol. Projecten die vooral worden gezien als een voortzetting of opschaling van bestaande initiatieven zonder duidelijke nieuwe invalshoek, maken geen kans op ondersteuning.
Vijf opvallende tendensen in de goedgekeurde projecten
Hoewel de zestien geselecteerde projecten inhoudelijk sterk uiteenlopen, tekenen zich enkele duidelijke tendensen af binnen deze ronde.
1. Cultuur, zorg en welzijn groeien verder naar elkaar toe
Een van de meest opvallende evoluties is de sterke aanwezigheid van projecten op het kruispunt van cultuur, mentale gezondheid en welzijn. Projecten zoals Cultuur op Voorschrift en TeRMieK zetten expliciet in op jongeren met een psychische kwetsbaarheid of op samenwerking met psychiatrische instellingen.
Ook projecten als Adopteer een Schaamte en Huis der Weemoed vertrekken vanuit emoties zoals schaamte, verlies en rouw, en zoeken via artistieke rituelen en participatieve formats naar collectieve vormen van verwerking en verbinding.
2. Inclusie en meerstemmigheid blijven centrale thema’s
De geselecteerde projecten tonen een blijvende aandacht voor stemmen en perspectieven die vaak minder zichtbaar zijn in het klassieke cultuurlandschap.
Kruispunten laat gidsen met een migratieachtergrond vanuit hun eigen perspectief reflecteren op museumcollecties. TERRANOVA ondersteunt vrouwelijke artiesten uit de Marokkaanse diaspora in het herinterpreteren van muzikaal erfgoed.
Ook verschillende projecten rond jongerenparticipatie zetten sterk in op representatie, eigenaarschap en toegang tot culturele ruimte, zoals het project The Drama Club.
3. Participatie verschuift van publiek naar cocreatie
Participatie wordt in deze ronde opvallend vaak ingevuld als actieve co-creatie.
Bij Kanallemal worden bewoners en werknemers actieve partners in een participatief traject rond het kanaal Gent-Terneuzen. Tussen Ruimten laat jongeren meedenken over de rol van musea als ‘brave spaces’, terwijl Gula Gula inzet op peer-to-peer ondersteuning en zelforganisatie van jonge makers.
De focus verschuift daarmee steeds sterker van cultuur presenteren naar het samen ontwikkelen van cultuur.
4. Natuur en landschap worden volwaardige culturele ruimte
In verschillende projecten functioneert de natuur niet langer enkel als decor, maar als actieve context voor artistieke praktijk.
NATURALIA onderzoekt de relatie tussen natuur, street art en stedelijke transformatie langs het Limburgse Kolenspoor. Meer Meer organiseert residenties in natuurlijke omgevingen als alternatief voor de stedelijke productiecontext.
Ook Op Klinkende Wegen en Cultuur in mijn Natuur vertrekken expliciet vanuit landschappen, trage wegen en rituelen in de publieke ruimte.
5. Nieuwe formats en experimentele praktijken winnen terrein
Tot slot valt op hoe verschillende projecten experimenteren met nieuwe formats, technologieën en organisatievormen.
DAG DATA introduceert kinderen en jonge kunstenaars in artistieke toepassingen van data en datadesign. Het Kunstenfestival Watou 2026 zet expliciet in op collectieven, onderzoekstrajecten en vernieuwde vormen van live-kunst.
Daarmee bevestigt deze ronde opnieuw de rol van bovenlokale cultuurprojecten als ruimte voor experiment en innovatie.
Laatste ronde, nieuwe ronde, blijvende tendensen
Met deze veertiende ronde komt een einde aan een subsidielijn die de voorbije jaren een belangrijke rol speelde in het ondersteunen van experimentele en transversale cultuurpraktijken in Vlaanderen en Brussel.
De geselecteerde projecten tonen tegelijk welke thema’s en werkvormen vandaag sterk leven binnen het bovenlokale cultuurveld: samenwerking over sectorgrenzen heen, participatie, zorg en welzijn, inclusie, publieke ruimte en collectieve artistieke praktijken.
Vind de lijst van goedgekeurde projecten in de 14de ronde en meer info via de website van het departement cultuur, jeugd en Media.
De nieuwe jaarlijkse oproep voor grote transversale bovenlokale cultuurprojecten binnen het Bovenlokale cultuurdecreet zal de komende jaren mee bepalen hoe deze tendensen zich verder ontwikkelen binnen het bovenlokale culturele landschap. Wij zijn alvast benieuwd!
Graag ook een projectsubsidie aanvragen? De jaarlijkse deadlinedatum is 15 mei. Je vindt hier de voorwaarden en het stappenplan. Vragen? Stel ze aan een consulent van OP/TIL.