Zeven reflecties over gedeeld ruimtegebruik
Community of practice #2 – Cultuurplekken in de maak: gedeeld, gedragen, duurzaam
Op donderdag 11 september kwam de community opnieuw samen in Gent. Vanuit verschillende invalshoeken – juridisch, sociaal, organisatorisch en artistiek – verkennen we hoe plekken kunnen ontstaan, groeien en gedragen worden in samenwerking met diverse partners en gemeenschappen.
We startten de dag met een inspirerend gesprek over de fundamenten van gedeelde plekken, verkenden via speeddates elkaars vragen en ambities, en lieten ons inspireren door concrete praktijkverhalen uit het veld.
Eva De Baerdemaeker (PLEK-WERK) & Pepijn Kennis reflecteerden samen op plekken die van onderuit ontstaan, gedragen worden en blijven groeien. Ook buiten de culturele sector. Amani El Haddad, van het Gents Kunstenoverleg had het over hun School of Hospitality.
Marie Vanderghote vertelde over BROEI (Gent). Over gedeeld eigenaarschap en hun jongerenwerking. Katrien Willems, schepen van o.a. cultuur in Sint-Katelijne-Waver legde haar vragen over het nieuwe gemeenschapscentrum ‘t Gewent voor aan het publiek. Uit hun sterke verhalen, halen we zeven reflecties.
1. Zet mensen centraal, niet de stenen
Of het nu om een cultureel centrum, een rusthuis of een jongerencafé gaat: gedeelde ruimte krijgt pas betekenis door de mensen die ze gebruiken. Eva zei het scherp: “Is jouw plan om de ruimte te delen goed voor de mensen met wie je gaat samenwerken?”.
Gastvrijheid zit in de ontmoeting, niet in het sleutelbakje. Een conciërge of vrijwilliger kan soms belangrijker zijn dan een nieuw bankje of witte muur.
“Als je een ruimte binnenkomt, voel je meteen: ben ik hier welkom of niet?”
— Amani El Haddad
2. Zonder afspraken loopt delen spaak
Zomaar de deuren openzetten volstaat niet, maar afspraken hoeven ook niet strak of definitief te zijn. Eva benadrukt dat ze bij Cultureghem leerde door vallen, opstaan en weer doorgaan. Pepijn spreekt van trial and error. BROEI werkt met lichte regels: “Ruimte is van iedereen, en laat de ruimte achter zoals je ze vond”.
Afspraken zijn dus een levend geheel. Je begint met een kader en scherpt het bij naarmate de praktijk leert wat werkt. Formele afspraken kunnen nodig zijn, maar ze groeien uit ervaring en overleg.
3. Ruimte delen is meer dan een stoel aan tafel
BROEI zet jongeren in de raad van bestuur. Ze hebben al twee keer de jaarrekening en de begroting goedgekeurd. Dat maakt duidelijk dat jongeren niet alleen gasten zijn, maar ook mee aan het stuur zitten van de plek.
Eva ervaarde hetzelfde bij het traject Broedplekken. Partners vonden elkaar in een nieuwe collectieve missie voor de plek. Zoals ze zelf zegt: "Durf jezelf overstijgen. Vind samen een collectieve missie. Het is precies dat gezamenlijke doel dat gedeeld ruimtegebruik zijn echte meerwaarde geeft”.
4. Open deuren zijn niet genoeg
Een open call of vrije toegang trekt niet vanzelf iedereen aan. BROEI ontdekte dat ze met enkel open calls de meest kwetsbare jongeren niet bereikten. Daarom zetten ze ook eigen projecten op: van een solidair restaurant tot gratis workshops en een safe space voor meisjes.
"In het Duivelsteen bereikten we vooral de blanke artistieke middenklasse… Hier op de nieuwe, tijdelijke plek in Nieuwland komen diverse groepen wel allemaal tesamen.", vertelt Marie.
Het gaat er dus niet enkel om deuren open te zetten, maar om telkens opnieuw te kijken wie er effectief bereikt wordt en hoe die ruimte voor hen kan werken.
5. Maak ruimte voor frictie
Samenwerken in gedeelde ruimte is niet altijd harmonieus. Eva benoemt dat je je eigen missie soms moet overstijgen: “Durf jezelf overstijgen. Vind samen een collectieve missie.” Spanningen zijn onvermijdelijk, maar hoeven niet destructief te zijn. BROEI werkt daarom met een waardenkader rond respect en veiligheid en benoemt spanningen als constructieve frictie. Juist in die wrijving groeien vaak de sterkste samenwerkingen en afspraken.
6. Ruimte is macht – wie beslist en wie valt buiten?
Ruimte is nooit neutraal. Ze gaat over eigendom, zeggenschap en wie toegang krijgt. Amani zegt het scherp: “Als 99% van je cultuurbudget naar de infrastructuur van je centrum gaat, dan wil dat ook wel iets zeggen". De vraag wie een sleutel heeft, wie een zaal mag gebruiken of wie structureel middelen krijgt, bepaalt welke stemmen gehoord worden – en welke niet. Het bewustzijn van die machtsverhoudingen is de eerste stap om uitsluiting te vermijden.
7. Zoek nieuwe allianties en laat afspraken meegroeien
Macht en middelen kunnen ook anders verdeeld worden. Pepijn ziet kansen in coöperaties en commons, die minder rigide werken dan overheid of markt. Eva wijst op de mogelijkheden van samenwerking met private partners: Ze zijn er zelfs in geslaagd om het grootste vegetarisch restaurant van Brussel te bouwen op de site van de slachthuizen.
Zulke trajecten vragen tijd en vertrouwen, maar laten zien dat afspraken kunnen meegroeien. Zo ontstaan nieuwe modellen van gedeeld eigenaarschap, waar publieke, private en civiele spelers elkaar vinden.