Zender — “Niet de locatie, maar de inhoud primeert.”
Tekst / Veerle Weeck / september 2025
De regio Pajottenland en Zennevallei is er één van contrasten. Van verstedelijkte wijken in de Vlaamse rand rond Brussel tot landelijke dorpen waar de fanfare nu en dan nog op het dorpsplein speelt. Die diversiteit maakt de cultuurregio ZENDER uniek.
“Het is onze grootste uitdaging én onze sterkte”, zegt algemeen coördinator Kristof Pitteurs. “De noden van Halle zijn niet dezelfde als die van Pajottegem, maar overal duiken dezelfde vragen op: hoe betrekken we jongeren, hoe bereiken we nieuwkomers, hoe houden we ons publiek levendig? Dergelijke rode draden proberen we te vertalen naar een bovenlokale aanpak.”
Tussen Zenne en Dender
IGS Zender is ontstaan uit de projectvereniging Cultuurregio Pajottenland & Zennevallei, die sinds 2011 bestaat uit een samenwerking tussen bibliotheken, cultuurcentra, de erfgoedcel en de IOED. In 2021 kreeg dat geheel een nieuwe naam: ZENDER, een knipoog naar het werkingsgebied tussen Zender en Dender.
Anno 2025 verenigt het IGS 13 gemeenten. De werking rust op drie pijlers: bovenlokale cultuur, cultureel erfgoed en een IOED. Eén raad van bestuur overkoepelt alles. Kristof: “Op elke raad van bestuur geven we een stand van zaken over elke deelwerking, maar niet elke gemeente is overal bij aangesloten. Zo krijgen ze alle info mee en wakkeren we misschien de goesting aan om de samenwerking uit te breiden.”
Denken vanuit mogelijkheden
Dat het grootste deel van zijn team - hijzelf inbegrepen - (8,5 VTE over de drie deelwerkingen) nieuw is, ziet hij niet als een belemmering. “Nieuwe mensen geven nieuwe impulsen. Het verleden kan je meer achter je laten.”
Kristof is precies 1 jaar aan de slag bij ZENDER en heeft in dat jaar vooral geleerd om vooruit te kijken: “Optimisme is onze morele plicht. Staar je niet blind op problemen, maar denk vanuit mogelijkheden. Bouw verder op wat je al hebt. Zoek naar manieren: Hoe kan je het huidige aanbod verbreden of uitbreiden? En vertrek vanuit de gebruiker. Hoe kan je via een bovenlokaal verhaal cultuur dichter tot bij hen brengen?”
Kinderstreken, een project dat Kristof erfde van zijn voorgangers, is daar volgens hem een mooi voorbeeld van. “Dat bundelt het familie-aanbod van cultuurhuizen op kinderstreken.be. Maar het belandt ook letterlijk in de boekentas van duizenden kinderen. Zo kunnen ouders kiezen uit een brede waaier aan activiteiten. Niet de locatie, maar de inhoud primeert. De mobiliteit binnen de regio vergroot. De zalen vullen zich vlotter. Daar profiteert iedereen van mee.”
De samenwerking rond Kinderstreken brengt ook programmatoren dichter bij elkaar. “Iedereen vertrekt vanuit zijn eigen expertise,” legt Kristof uit, “maar tegelijk wordt er gedacht: waar past dit binnen de regio? Dat zet nieuwe dynamieken in gang. Wie weet kunnen we op termijn wel beginnen dromen van een gezamenlijke programmatie.”
Ruimte voor bovenlokaal experiment
Een project dat de bovenlokale kracht van ZENDER goed illustreert, is Hartenspelers. Daarin bundelden amateuracteurs met een kwetsbare achtergrond uit verschillende gemeenten hun talenten in één gezamenlijke inclusieve theaterproductie. Kristof: “We hebben de organisatoren van dit project gevraagd om een draaiboek te schrijven dat ook elders inzetbaar is. Deze kleine impuls kan zo bovenlokaal veel in beweging zetten.”
Via een eigen subsidielijn ondersteunt ZENDER dit soort initiatieven. Zo krijgen ook kleinere spelers de kans om bovenlokaal te experimenteren en hun idee te laten uitgroeien tot een voorbeeld voor de hele regio.
UiTPAS als hefboom
Op de lancering van UiTPAS Zender in Beersel, Sint-Genesius-Rode en Sint-Pieters-Leeuw, die voorheen een eigen UiTPAS had, is Kristof trots. “Het vraagt politieke moed van een lokaal bestuur om de eigen UiTPAS open te stellen. Maar het loont, want zo trek je een nieuw publiek aan: jongeren, nieuwkomers, mensen die nog geen band hebben met het lokale cultuurhuis. UiTPAS is een hefboom om te verbreden en te verjongen. Wie alleen naar het kansentarief kijkt, ziet de kracht van dit instrument te nauw.”
“Na de gemeenteraadsverkiezingen hoorde ik lokale politici zeggen dat het moeilijk is om nieuwkomers te bereiken. Hun leven speelt zich immers vaak nog af in Brussel. UiTPAS helpt om die eerste stap naar lokale activiteiten te zetten”, zegt hij.
Pilootprojecten met instapmomenten
Dat er op dit moment maar 3 van de 15 gemeenten meedoen, vindt Kristof helemaal ok. “In het verleden was het meer iedereen of niemand, maar dat werkte niet altijd. We kiezen er nu bewust voor: eerst klein starten en later uitbreiden. Zo kunnen anderen instappen wanneer ze er klaar voor zijn.”
Die aanpak geldt ook voor het boekentransport tussen de bibliotheken. “Vroeger probeerden we dat meteen voor de hele regio uit te rollen, maar dat liep spaak. Nu onderzoeken we de opstart van een pilootproject met een paar bibliotheken. Eerst de kinderziektes eruithalen, daarna pas uitrollen naar de rest. Als een project vastloopt, loont het om te zoeken naar andere ingangen. Als IGS moet je blijvend een frisse, vernieuwende bril proberen opzetten.”
Kennis delen en inspireren
“In tijden waar lokale besturen steeds meer moeten doen met minder middelen, is ook kennisdeling een grote troef van het IGS”, vermeldt Kristof. “Je moet niet alles zelf bedenken, maar kan de taken verdelen, samen activiteiten opzetten en materiaal aankopen … Onze regierol zit vooral in het faciliteren en inspireren, in mensen verbinden, zodat zij een stap vooruit kunnen zetten.”
Hij denkt hierbij bv. aan het ticketingsysteem dat de regio samen aanpakte. “Iedereen maakt nu gebruik van Tixly. Sommige collega’s zijn echte experten hierin geworden. Met één telefoontje ben je verder geholpen. Gedaan met urenlang dingen uitzoeken op je eentje. Een grote efficiëntiewinst en tegelijk een kostenbesparing.”
Meerwaarde op alle niveaus
De meerwaarde van het IGS laat zich volgens Kristof voelen op diverse niveaus. “Voor burgers betekent het onder meer een groter en gevarieerder cultuuraanbod. Voor cultuurwerkers is er de steun van collega’s met specifieke expertise. En voor politici is er een vat aan kennis en inspiratie
waar ze lokaal vaak niet over beschikken.”
Bovendien kijkt ZENDER nadrukkelijk over de grenzen van de cultuursector heen. Met jeugddiensten wordt jong talent begeleid en gecoacht via Springplank. Met toerisme- en erfgoedpartners ontstaan fiets- en wandelroutes langs ateliers (bv. Atelier in beeld). “Zo vergroot je je impact”, zegt Kristof. “Cultuur staat niet op zichzelf, maar raakt aan vele domeinen in het leven van mensen.”
Rode draden zien
Wanneer hij naar de toekomst kijkt, wil Kristof nog sterker inzetten op het uitbouwen van een kennis- en expertisecentrum. “Cultuurwerkers, organisatoren of individuele cultuurbeoefenaars moeten bij ons terechtkunnen met al hun vragen. Daarbij kijken we uitdrukkelijk naar initiatieven die van onderuit ontstaan. Die vanuit hun diversiteit versterken en naar een bovenlokaal niveau tillen, wordt één van onze uitdagingen de volgende jaren.”
Zijn eigen professioneel parcours helpt daarbij. Na jaren in de media, onder meer als hoofdredacteur van Bruzz, ruilde Kristof de journalistiek in voor de cultuurregio. “De skills die je nodig hebt als journalist helpen ook hier. Je moet naar de mensen gaan, luisteren, praten, rode draden en linken zien. Voeling krijgen met de regio en gevoeligheden vatten. Daar begint alles mee.”