wazige foto van mensen in een ruimte

Besparingen bovenlokaal cultuurdecreet

Nieuws

Lokale voedingsbodem

Cultuur start lokaal. In de bibliotheek waar lezen, leren en ontmoeten samenkomen. In het cultuurhuis dat ruimte geeft aan makers en de buurt. In het verenigingsleven dat door cultuur- en vrijetijdsdiensten gestimuleerd wordt. Open voor iedereen, elke dag opnieuw. 

Maar cultuur op lokaal niveau is meer dan nabijheid en ontmoeting. Het is ook de plek waar makers risico nemen, waar nieuwe vormen ontstaan, waar cultuur kan wringen en uitdagen, waar festivals nieuwe publieken aantrekken en lokale creativiteit van amateurkunstenaars zichtbaar wordt. 

Nood aan een bovenlokaal niveau

Lange tijd kreeg het lokaal cultuurbeleid richting en ondersteuning vanuit twee bestuursniveaus: de Vlaamse Gemeenschap bepaalde het kader via het decreet lokaal cultuurbeleid, terwijl de provincies dichter bij het lokale niveau een ondersteunende rol opnamen. 

Sinds 1 januari 2016 zijn de middelen voor lokaal cultuurbeleid geïntegreerd in het Gemeentefonds en niet langer geoormerkt, zodat lokale besturen zelf het kader bepalen. En sinds 1 januari 2018 zijn de provincies niet langer bevoegd voor persoonsgebonden materies zoals cultuur, jeugd, welzijn, gelijke kansen en sport. 

Daarmee viel ook een ondersteunende schakel tussen Vlaanderen en de lokale besturen weg. Vooral kleinere gemeenten verloren een partner die financiële, inhoudelijke en netwerkondersteuning bood. Die verandering vergrootte de nood aan andere vormen van samenwerking en ondersteuning op bovenlokaal niveau.

Met het Bovenlokale Cultuurdecreet uit 2018 nam Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid om ook op dit tussenniveau samenwerking tussen steden en gemeenten, maar ook naar andere beleidssectoren te blijven ondersteunen. 

Enerzijds via een projectsubsidie ‘bovenlokale cultuurprojecten’ en anderzijds door de ondersteuning van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. In 2024 werd na een grondige evaluatie het decreet vernieuwd, waarmee de Vlaamse overheid het belang in het bovenlokale herbevestigde en ook versterkte. 

"Cultuur ontstaat lokaal. Het Bovenlokale Cultuurdecreet is gebaseerd op een partnerschap tussen Vlaanderen en de gemeenten. Door daarin te knippen, komt een heel ecosysteem onder druk en dat heeft ook zijn gevolgen voor de Vlaamse cultuursector."

— directeur Lien Verwaeren

In 2025 nog maakte OP/TIL een publicatie rond 5 jaar Bovenlokale Cultuurprojecten, waarin we een overzicht geven over de veelheid aan projecten waar veelal samengewerkt wordt met andere domeinen (welzijn, onderwijs, economie, …) vanuit de kracht van cultuur.

Nog recenter (1 april 2026) dienden 24 regio’s een cultuurnota in met het oog op een nieuwe erkenning vanaf 1 januari 2027, daarmee werd gevolg gegegeven aan één van de ambities uit het Vlaamse Regeerakkoord: 

“Daarbij stimuleren we de vorming van nieuwe intergemeentelijke samenwerkingsverbanden cultuur van onderuit ten volle met het oog op een volledige gebiedsdekking. In deze samenwerkingsverbanden fungeert de openbare bibliotheek als een knooppunt tussen de lokale, bovenlokale en Vlaamse gemeenschap.”

Deze passage vat mooi samen op welke manier deze samenwerkingsverbanden de verbinding kunnen vormen tussen het Vlaamse en het lokale niveau. 

Kracht in samenwerking

Niet vanuit een stringent kader, maar vanuit een partnerschap tussen lokale besturen (die mee financieren) en de Vlaamse overheid. Achter zo’n dossier zit hard werk en veel ambitie, telkens op maat van een regio: ze komen tot stand in samenwerking met het lokale culturele veld en vormen een gedragen antwoord op regionale noden. 

Zeker in kleinere gemeenten helpen ze er mee voor dat burgers - los van hun postcode - kunnen participeren aan cultuur. Achter die doelstellingen zit een krachtenbundeling en samenwerking, bijvoorbeeld door een regiobib op te zetten en te ondersteunen, door cultuurspreiding en cultuurparticipatie te bevorderen, door een regionaal muziekbeleid te stimuleren en door o.a. de UiTPAS te coördineren waardoor óók mensen in armoede kunnen participeren.

Besparingen

Helaas werd op 1 oktober 2026 - de dag dat eigenlijk de beslissing moest vallen over deze nieuwe erkenningsronde - een besparing van 4,7 miljoen euro op het Bovenlokale Cultuurdecreet aangekondigd. 

Het is nog wachten op de exacte details van hoe die besparing gerealiseerd moet worden. We weten wel dat er zowel geraakt wordt aan de projectenlijn als aan de werkingsmiddelen voor de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. 

Op dit ogenblik bekijken we dus wat de impact van deze beslissing is voor de ondersteuning van OP/TIL en zijn we even voorzichtig in het adviseren bij projectdossiers. Van zodra er meer duidelijkheid is over de gevolgen, communiceren we daarover. En zet OP/TIL zich opnieuw in stelling, om in deze tijden meer dan ooit de juiste ondersteuning te bieden.  

We zijn er ons van bewust dat de Vlaamse overheid voor moeilijke keuzes stond en dat besparen overal zeer hard aankomt. Maar de besparing op een decreet dat uitgaat van partnerschappen, geeft het risico dat ook de partners hun engagement zullen opzeggen en dat de inspanningen van de afgelopen jaren daardoor verloren gaan. We vrezen dat een belangrijke schakel binnen het culturele ecosysteem zwaar getroffen wordt en dat dit gevolgen heeft voor de volledige Vlaamse cultuursector.