Besparingen bovenlokaal cultuurdecreet
Tekst / 1 oktober
In de nieuwste besparingsronde realiseert de Vlaamse Regering een besparing van 7,5% op het gehele Vlaamse cultuurbudget - goed voor 47 miljoen.
Het Bovenlokale Cultuurdecreet deelt daarbij stevig mee in de klappen: 4,7 miljoen verdwijnt uit het decreet. Zowel bovenlokale projecten als de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden cultuur, ook bekend als IGS'en cultuur, worden hierdoor getroffen.
Achter die cijfers zitten mensen en middelen, en een heel ecosysteem dat onder druk komt te staan. Er is nog veel onduidelijk, maar wat wel duidelijk is: we blijven naast de cultuurwerkers staan. Net nu samenwerking en vertrouwen onder druk staan, helpen we mee om verbindingen te behouden en antwoorden te zoeken.
We zijn er ons van bewust dat de Vlaamse overheid voor moeilijke keuzes stond en dat besparen overal zeer hard aankomt. Maar een besparing op een decreet dat rust op partnerschappen brengt het risico met zich mee dat partners hun engagement opzeggen. Zo dreigen de inspanningen van de afgelopen jaren verloren te gaan. Een belangrijke schakel binnen het culturele ecosysteem is zwaar getroffen en dat heeft voelbare gevolgen voor de hele Vlaamse cultuursector.
Dat deze besparing hard aankomt, begrijp je pas ten volle als je kijkt naar hoe het bovenlokale niveau de voorbije tien jaar is gegroeid. Het Bovenlokale Cultuurdecreet werd opgericht als reactie op de hervormingen in het cultuurlandschap.
Lokale voedingsbodem
Cultuur start lokaal. In de bibliotheek waar lezen, leren en ontmoeten samenkomen. In het cultuurhuis dat ruimte geeft aan makers en de buurt. In het verenigingsleven dat door cultuur- en vrijetijdsdiensten gestimuleerd wordt. Open voor iedereen, elke dag opnieuw.
Maar cultuur op lokaal niveau is meer dan nabijheid en ontmoeting. Het is ook de plek waar makers risico nemen, waar nieuwe vormen ontstaan, waar cultuur kan wringen en uitdagen, waar festivals nieuwe publieken aantrekken en lokale creativiteit van amateurkunstenaars zichtbaar wordt.
Makers leven niet in een vacuüm. Ze steunen op een fijnmazig netwerk van makers en sociaal-culturele organisaties tot musea, bibliotheken, podia, archieven, publiekswerkingen en expertisecentra. Wie bespaart op deze ondersteuning, raakt uiteindelijk ook de positie van de makers. Het verleden leert dat bovenlokale samenwerking net die nodige zuurstof en versterking biedt.
Nood aan een bovenlokaal niveau
Lange tijd kreeg het lokaal cultuurbeleid richting en ondersteuning vanuit twee bestuursniveaus: de Vlaamse Gemeenschap bepaalde het kader via het decreet lokaal cultuurbeleid, terwijl de provincies dichter bij het lokale niveau een ondersteunende rol opnamen.
Sinds 1 januari 2016 zijn de middelen voor lokaal cultuurbeleid geïntegreerd in het Gemeentefonds en niet langer geoormerkt. Lokale besturen bepalen zelf het kader. En sinds 1 januari 2018 zijn de provincies niet langer bevoegd voor persoonsgebonden materies zoals cultuur, jeugd, welzijn, gelijke kansen en sport.
Daarmee viel ook een ondersteunende schakel tussen Vlaanderen en de lokale besturen weg. Vooral kleinere gemeenten verloren een partner die financiële, inhoudelijke en netwerkondersteuning bood. Die verandering vergrootte de nood aan andere vormen van samenwerking en ondersteuning op bovenlokaal niveau.
Met het Bovenlokale Cultuurdecreet uit 2018 nam Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid om ook op dit tussenniveau samenwerking tussen steden en gemeenten, maar ook naar andere beleidssectoren te blijven ondersteunen.
Dat gebeurde via bovenlokale projectsubsidies en de ondersteuning van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS’en cultuur). In 2024 werd het decreet na een grondige evaluatie vernieuwd. De Vlaamse overheid bevestigde en versterkte zo het belang van het bovenlokale niveau.
"Cultuur ontstaat lokaal. Het Bovenlokale Cultuurdecreet is gebaseerd op een partnerschap tussen Vlaanderen en de gemeenten. Door daarin te knippen, komt een heel ecosysteem onder druk en dat heeft ook zijn gevolgen voor de Vlaamse cultuursector."
— directeur Lien Verwaeren
In 2025 nog maakte OP/TIL een publicatie rond 5 jaar bovenlokale cultuurprojecten, waarin we een overzicht geven over de veelheid aan projecten waar veelal samengewerkt wordt met andere domeinen (welzijn, onderwijs, economie, …) vanuit de kracht van cultuur.
Nog recenter (1 april 2026) dienden 24 regio’s een cultuurnota in met het oog op een nieuwe erkenning vanaf 1 januari 2027, daarmee werd gevolg gegegeven aan één van de ambities uit het Vlaamse Regeerakkoord:
“Daarbij stimuleren we de vorming van nieuwe intergemeentelijke samenwerkingsverbanden cultuur van onderuit ten volle met het oog op een volledige gebiedsdekking. In deze samenwerkingsverbanden fungeert de openbare bibliotheek als een knooppunt tussen de lokale, bovenlokale en Vlaamse gemeenschap.”
Deze passage vat mooi samen op welke manier deze samenwerkingsverbanden de verbinding kunnen vormen tussen het Vlaamse en het lokale niveau.
Kracht in samenwerking
Niet vanuit een stringent kader, maar vanuit een partnerschap tussen lokale besturen (die mee financieren) en de Vlaamse overheid. Achter zo’n dossier zit hard werk en veel ambitie, telkens op maat van een regio. Ze komen tot stand in samenwerking met het lokale culturele veld en vormen een gedragen antwoord op regionale noden.
Zeker in kleinere gemeenten helpen ze er mee voor dat burgers - los van hun postcode - kunnen participeren aan cultuur. Achter die doelstellingen zit een krachtenbundeling en samenwerking, bijvoorbeeld door een regiobib op te zetten en te ondersteunen, door cultuurspreiding en cultuurparticipatie te bevorderen, door een regionaal muziekbeleid te stimuleren en door o.a. de UiTPAS te coördineren waardoor óók mensen in armoede kunnen participeren.
Besparingen
Helaas werd op 1 oktober 2026 - de dag dat eigenlijk de beslissing moest vallen over de nieuwe erkenningsronde van de IGS’en cultuur - een besparing van 4,7 miljoen euro op het Bovenlokale Cultuurdecreet aangekondigd.
Het is nog niet duidelijk hoe die besparing precies zal worden doorgevoerd, maar we weten wel dat ze een grote impact zal hebben op culturele werkingen, samenwerkingen en projecten in heel Vlaanderen.
Op dit ogenblik bekijken we ook wat de impact van deze beslissing is voor de ondersteuning van OP/TIL en zijn we even voorzichtig in het adviseren bij projectdossiers. We wachten nog het besluit af over de 24 regio's die dit jaar een aanvraag indienden om een IGS cultuur op te starten of hun werking verder te zetten. Zodra er meer duidelijkheid is, communiceren we daarover.
Maar we moeten verder en willen niet stilzitten. OP/TIL zet zich opnieuw in stelling om de ondersteuning te bieden die nu zo nodig is. Ook al hebben we vandaag nog niet op elke vraag een antwoord. We blijven cultuurwerkers, culturele organisaties en initiatiefnemers ondersteunen. We brengen de vragen en signalen uit het veld samen en volgen de besluitvorming nauwgezet op. Daarnaast gaan we in gesprek met onze partners over wat deze besparingen concreet betekenen. Zo zoeken we samen naar gepaste antwoorden en oplossingen.
Ook in deze periode blijven we geloven in de kracht van samenwerking. De voorbije jaren hebben laten zien wat er allemaal mogelijk is wanneer organisaties, lokale besturen, makers en partners over gemeentegrenzen en sectoren heen de krachten bundelen. Die verbindingen zijn vandaag zeer belangrijk.
Heb je vragen, bots je door de aangekondigde besparingen op onzekerheden of wil je delen wat dit voor jouw culturele werking betekent? Laat het ons weten. Die ervaringen helpen ons om zicht te krijgen op wat er leeft en waar ondersteuning nodig is.