Van kweekvijfer naar professionele haven
Details
Subsidie: € 29.044,68 euro en €49,691.00
Katrijn De Bleser, coördinator circusatelier Sarakasi, vertelt
WAT
Kleine circusateliers zonder Vlaamse erkenning verliezen vaak leden zodra die naar het secundair onderwijs gaan, wat de doorstroom naar assistenten en lesgevers beperkt. Om dit tij te keren, bundelden circusateliers Sarakasi (Lebbeke/Dendermonde) en ’t Sirk (Mol) de krachten.
Tijdens het project Van kweekvijver naar professionele haven (2024-2025) nemen jongeren 2 jaar lang deel aan uitdagende circusactiviteiten bij grotere ateliers, en gaan ze samen naar circusfestivals en -voorstellingen kijken. Daarnaast is er een productiegroep opgericht, bestaande uit 7 jongeren van Sarakasi en 7 jongeren van ’t Sirk. Onder begeleiding van 2 professionele circusartiesten hebben ze een voorstelling gemaakt. Hiervoor kwam iedereen om de 2 maanden een weekend samen. De voorstelling ging in première op het circusfestival in Leuven en speelde later op een 8-tal locaties in Vlaanderen. Afsluiten doen ze op Theater op de Markt in Pelt eind oktober 2025, wat meteen ook het einde van dit project is.
Katrijn: “Jongeren die al 6 jaar bij ons trainen, kennen de basistechnieken. We wilden hen tonen dat er meer is dan wat ze tot nu toe leerden en hen artistiek uitdagen. Tijdens de activiteiten bij de grote ateliers leren onze jongeren circustechnieken zoals de vliegende trapeze — iets wat kleinere werkingen vaak niet kunnen aanbieden, door een gebrek aan infrastructuur of gespecialiseerde lesgevers. In hun eerste productie kunnen ze dan weer hun artistiek ei kwijt. Zo helpen we hen om hun eerste stappen richting een artistieke circuscarrière te zetten.”
IDEE
Het project Van kweekvijver naar professionele haven bouwt verder op het eerdere traject Van poel naar kweekvijver, waarbij El Circo Fiasco en de Vliegende Mier als partners betrokken waren.
Katrijn: “In het eerste project lieten we tieners vooral ontdekken wat circus in Vlaanderen allemaal inhoudt. We brachten hen met elkaar in contact en creëerden een community. Zo ontstond bij hen de goesting om ook na hun 12 jaar te blijven komen. In dit tweede project gingen we dan weer een stapje verder door een volwaardige productietak te installeren. Zo willen we onze werking verder laten evolueren en jongeren zelf laten ondervinden wat er allemaal komt kijken bij zo’n circusproductie. Daar waren we aan het begin van het vorige project helemaal nog niet klaar voor, maar het slaat aan.”
Naast de productiegroep uit het project is er bij Sarakasi intussen nog eentje extra ontstaan. Katrijn: “Samen werken aan een voorstelling omvat meer dan louter naar de circusles komen. De jongeren repeteren samen, spreken onderling af, maken filmpjes en posten berichten over hun ervaringen. Dat maakt dat er echt een community ontstaat. Jongeren komen nu bv. vrijwillig helpen op werkdagen. De doorstroom wordt zo duidelijk zichtbaar. Helemaal zoals we het voor ogen hadden.”
De projectsubsidie nam ook de financiële drempels weg. Katrijn: “Jongeren konden deelnemen aan activiteiten die normaal erg duur zijn. Omdat we op dit moment geen structurele subsidies ontvangen, zouden we die kosten immers moeten doorrekenen aan onze leden. Dankzij de subsidie konden we die drempel vermijden en iedereen laten deelnemen.”
“Dankzij dit project kwamen onze jongeren in een dynamische, diverse omgeving terecht, waardoor hun horizon verbreedde, hun vaardigheden groeiden en ze een breder toekomstperspectief kregen.” – Katrijn De Bleser
SAMENWERKEN
Sarakasi nam het initiatief voor dit project, maar vanaf het begin gebeurde alles in nauwe samenwerking met ‘t Sirk. Katrijn: “We hebben het project samen geschreven en vormgegeven. De taken zijn bovendien evenredig verdeeld. We nemen afwisselend de weekends voor onze rekening; telkens is iemand anders de trekker van de activiteiten … Die wederkerigheid is zeer fijn.”
In het eerste traject was dat niet altijd even vanzelfsprekend. Katrijn: “Toen werkten we met een aantal kleinere spelers. Omdat hun vrijwilligers overbevraagd waren, hadden ze eigenlijk weinig ruimte om actief mee te werken aan het project. Daardoor kwam er veel op onze schouders terecht. Een vlotte samenwerking start dan ook met heldere verwachtingen. Vanaf het begin is het essentieel om duidelijkheid te scheppen over ieders rol en bijdrage. Het feit dat ‘t Sirk een gelijkaardig profiel als het onze heeft, draagt zeker bij aan het succes van de samenwerking.”
Door samen te werken over de lokale grenzen heen moet je soms letterlijk en figuurlijk afstanden overbruggen, zeker als de partner in een totaal andere regio actief is. Katrijn: “Dat vereist duidelijke afspraken, gezamenlijke doelen en een gedeelde visie vanaf het prille begin. Logistiek konden we gelukkig rekenen op de steun van circuswerkplaatsen CIRKLABO (Leuven), Dommelhof (Pelt) en Miramiro (Gent) die ons een residentieplek aanboden. We konden er trainen en (in de buurt) overnachten. Daarnaast kregen we mooie kortingen op workshops, gegeven door grote gesubsidieerde circusateliers. Ze deden ook vaak iets extra voor onze jongeren. We voelden ons echt gesteund in ons opzet.”
“Dankzij de bovenlokale projectsubsidies kunnen we onze werking verder laten evolueren.” – Katrijn De Bleser
GRENSVERLEGGEND
Dit project gaf jongeren uit plattelandsateliers de kans om het bredere circuslandschap in Vlaanderen te ontdekken. Katrijn: “Door naar grote stedelijke ateliers te trekken, zagen onze jongeren andere stijlen en technieken. Ze leerden disciplines zoals bascule en maxitrampoline, waarvoor wij zelf geen docenten hebben.”
Naast geografische grenzen doorbrak het project ook sociale en culturele drempels. Katrijn: “Onze jongeren kwamen in een dynamische, diverse omgeving terecht, waardoor hun horizon verbreedde, hun vaardigheden vergrootten en hun toekomstperspectief als circusartiest groeide.”
Het succes van dit traject gaf Sarakasi en ’t Sirk bovendien het vertrouwen om hun werking verder te professionaliseren. Katrijn: “We wagen de sprong en dienen allebei een aanvraag in voor structurele subsidies via het Vlaams circusdecreet. Als dat lukt, willen we niet alleen zelf groeien, maar ook gelijkaardige projecten faciliteren en organiseren voor kleine ateliers. We waren altijd de grootste van de kleintjes. Nu hopen we de kleinste van de groten te worden, zonder onze roots te vergeten.”