Wat als je als cultuurhuis vertrekt vanuit een uitdaging
pARTkoer en Eigen Kweek vormen allebei een antwoord op een prangende uitdaging in het cultuurveld. Met pARTkoer wil Elke Van Neyghem (cc Het Bolwerk Vilvoorde) cultuur duurzaam verankeren in het onderwijs, terwijl Pascal Lervant (De Grote Post Oostende) via Eigen Kweek pas afgestudeerde makers en zakelijk leiders een eerlijke kans biedt in een moeilijk toegankelijk werkveld.
Het resultaat? Twee straffe bovenlokale trajecten, gedragen door tientallen partners. Met samenwerking als de drijvende kracht achter het succes. Vanuit gedeelde noden en complementaire expertise groeiden beide projecten uit tot structurele hefbomen in hun regio’s. Wat gebeurt er wanneer gedeelde zorgen omslaan in gedeelde daadkracht?
Hoe pak je noden aan vanuit een gedeelde expertise of gedeeld uitgangspunt?
Elke (pARTkoer): “In het onderwijs zien we een kloof tussen kinderen en cultuur. Ze komen wel eens naar een voorstelling in onze culturele centra, maar vaak zonder verdieping. pARTkoer brengt daar verandering in. Elk leerjaar kiest een muzisch traject (dans, theater, muziek, beeldende kunst …) waarrond ze een schooljaar lang aan de slag gaan — via creatieve opdrachten, een thematische workshop, een voorstelling en een themakoffer. Zo krijgt cultuur een vaste plek in de klas.
Maar alleen hadden we dat nooit op poten kunnen zetten. pARTkoer is ontstaan uit een samenwerking tussen zes cultuurcentra uit de Noordrand. Ondertussen participeren tien gemeenten. Door die schaalvergroting konden we niet alleen meer kinderen bereiken, maar ook blinde vlekken aanpakken: scholen in gemeenten zonder cultuurhuis, waar cultuur geen evidentie is. En tegelijk leer je zoveel van elkaar. Iedereen brengt zijn eigen expertise mee, waardoor je samen zoveel sterker staat.”
“Elke partner brengt zijn eigen expertise mee, waardoor je samen zoveel sterker staat.” — Elke Van Neyghem, pARTkoer
Pascal (Eigen Kweek): “Bij ons ging het om de kloof tussen nieuwe makers en de hoge drempels in het werkveld — de spreidingsproblematiek bijvoorbeeld. Eigen Kweek is ontstaan vanuit een gedeelde bezorgdheid bij verschillende cultuurcentra: hoe geven we pas afgestudeerde talenten een eerlijke kans? Op die vraag biedt Eigen Kweek een antwoord, door jonge makers begeleiding op maat en een tournee te bieden. De nood daaraan werd herkend over provinciegrenzen heen. Eerst in Vlaams-Brabant, later in West-Vlaanderen, Antwerpen en Oost-Vlaanderen.
Vandaag scharen zich maar liefst 55 cultuurcentra achter Eigen Kweek. Zij selecteren jaarlijks nieuwe makers via een open call en bieden hen begeleiding, residenties, speelkansen en coaching (onder andere via masterclasses in spreiding en communicatie). Ook aspirant zakelijk leiders, die gecoacht worden van de eerste vertaling van artistieke plannen in een begroting tot projectafrekening, stappen mee in dat traject. Dat samenspel van artistieke en zakelijke begeleiding is cruciaal.
Elk cultuurhuis, klein of groot, brengt zijn eigen sterktes mee. Die gedeelde verantwoordelijkheid maakt van Eigen Kweek geen verzameling losse trajecten, maar één gedragen, bovenlokaal verhaal. En ook partners spelen een sleutelrol: agentschap voor aanstormend talent Trappelend Talent, TAZ en spreidingsbureau GOOD COMPANY. Makers leren via Eigen Kweek cultuurhuizen van binnenuit kennen, en omgekeerd. Dat is vaak de start van een duurzame relatie.”
Hoe breng je de opgedane ervaringen onder in een toekomstig netwerk of samenwerking?
Pascal: “Zo’n samenwerking laat sporen na. De band tussen cultuurcentra is hechter geworden. Makers die niet geselecteerd werden voor het traject, wijzen we niet zomaar de deur. We geven hen feedback, verwijzen door, houden contact. Eigenlijk is het netwerk dat groeit rond het project even waardevol als het project zelf.”
Elke: “Dat herken ik. Je leert elkaars sterktes en gevoeligheden kennen. En je weet daarna beter bij wie je met welke vraag terecht kan. Samenwerken is intens: plannen, afstemmen, bijsturen. Maar net daardoor groeit het vertrouwen. Ik ken nu zoveel collega’s in de regio. Dat maakt toekomstige samenwerking een pak vanzelfsprekender.”
Pascal: “Ondanks een sterk dossier dat inspeelt op de reële noden binnen het landschap, krijgen we voor het komende seizoen geen bovenlokale subsidies. Ergens begrijpelijk, want het project overstijgt de bovenlokale scope. Maar we blijven gesprekken voeren om dit waardevolle initiatief alsnog verder te kunnen zetten. In de toekomst willen we het opgebouwde netwerk graag nog duurzamer maken. Bv. met een gedeelde kennisbank waarin we expertise verzamelen: wie is sterk in productie, wie in techniek, wie in communicatie? Die open-source info kan enorm veel betekenen, zeker voor kleinere huizen of nieuwe makers.”
Elke: “Dat informele, organische leren is goud waard. Je hoeft het warme water niet telkens opnieuw uit te vinden. Iemand anders heeft vaak al geprobeerd, gefaald of geslaagd.”
“Eigenlijk is het netwerk tussen makers en huizen, dat groeit door het project, even waardevol als het project zelf.” — Pascal Lervant, Eigen Kweek
Welke concrete stappen kon je zetten dankzij de projectsubsidies?
Elke: “Die subsidies maken het verschil tussen droom en werkelijkheid. Ze verlagen de drempel voor scholen, maken workshops en materiaal betaalbaar en zorgen ervoor dat we ook gemeenten bereiken waar cultuur anders nauwelijks binnenkomt.”
Pascal: “Voor Eigen Kweek betekenen de subsidies dat we nieuwe makers niet alleen een podium kunnen bieden, maar een volledig ontwikkeltraject. Ze krijgen een eerlijke vergoeding, residentieplekken, coaching … én ze leggen connecties met cultuurhuizen die hen later kansen kunnen bieden. Ook de aspirant zakelijk leiders krijgen begeleiding op maat. Sommigen van hen stromen door binnen de sector. Broodnodig, want zulke profielen zijn schaars.”
Elke: “Subsidies geven je ook de vrijheid om te experimenteren. Je mag bijsturen, falen, zoeken. Dat levert niet alleen iets op voor de doelgroep, maar ook voor jezelf als cultuurwerker.”
Pascal: “Het effect gaat trouwens verder dan het tastbare, het meetbare. Dankzij die middelen ontstaat tijd om echt te luisteren, samen te werken, dingen grondig aan te pakken. Dat vertrouwen, die ruimte — dat kan je niet altijd vangen in een begroting, maar het is misschien wel de grootste winst.”