Botaniek
interview

Botaniek: 8 lessen uit een verbindend proces

Hoe kunnen cultuur en economie elkaar vinden? Wat kan een kunstenaar leren van de werknemers van een bedrijf? En omgekeerd. Wat als een bedrijfsleider zich laat voeden door die andere wereld? Ontdek het met deze case.

Tekst / Jiska Agten

“Niet alleen kunstenaars denken outside the box”

Planten die mailen naar hun collega’s als ze water nodig hebben of wat te veel in het licht staan. Absurd, geniaal of gewoon de perfecte oplossing om coworkers met elkaar in verbinding te brengen? Kunstenaars Veerle Michiels en Jonas Vansteenkiste ontwikkelden in Hangar K, een bedrijvige plek voor start-ups en scale-ups, het project Botaniek.

Aan tafel voor dit interview: Piet Verhoeve, CEO van Hangar K van 2018 tot 2019 en samen met Julie Vandenbroucke van Arteconomy initiator van het project Botaniek, en beeldend kunstenaars Veerle Michiels en Jonas Vansteenkiste.

Andere werelden zijn vaak verrassend hetzelfde

Veerle: “Voor mij was Botaniek zo interessant omdat een wereld die op het eerste gezicht een ver-van-mijn-bed-show is, toch nauw bleek aan te sluiten bij wat wij doen. Ook voor de mensen in Hangar K draait het om creativiteit, dingen ontwikkelen en vanuit een ander perspectief bekijken.”

Jonas: “Hoewel de producten waar we aan werken zo verschillend zijn – wij aan kunst en cultuur, de bedrijven aan software of klikparket – toch gebruiken we dezelfde methodes. Het viel me op hoe vrij en outside the box er soms werd gedacht.”

“Op voorhand hadden we wat schrik dat we geen connectie zouden vinden. De bedrijfswereld heeft toch een andere doelmatigheid en verwachting. Het product is vaak belangrijker dan het proces. Terwijl wij de luxe hebben dat we het proces als eindproduct kunnen zien: als het niet lukt kan het ook interessant zijn.”

Veerle: “Er was iemand die veel met Arduino werkt, en die ook dingen oppikt waar het mis gaat om daarop verder te bouwen. Zijn denkwijze lag niet ver van die van ons. En hij was zeer handig met al die technologische dingen, iets waar ik zelf weinig mee heb. Het was super boeiend dat mensen op een andere manier aan de slag gingen met onze ideeën.”

Start met een minimale kern van geïnteresseerden

Veerle: “Het was niet altijd eenvoudig om de grote massa te bereiken, maar de mensen met wie we werkten, stonden echt open voor het project. Dat was een klein groepje van de hele setting van Hangar K, maar ik denk dat je het daarvoor moet doen. Het is te optimistisch om te denken dat je iedereen meekrijgt.”

Piet: “Volgens mij kan dat wel, maar dan moet je een paar keer doorzetten, zodat je het echt kan uitbouwen. Initieel moet je starten met een minimale core. Vergeet niet dat het een heterogene groep is. Er wordt gesproken over ‘de community van Hangar K’, maar eigenlijk zijn er 4 verschillende communities. Ondertussen was er ook de wissel van CEO, met een aantal andere klemtonen, waardoor dit traject wat meer naar de achtergrond verdween. Daarna kwam er covid.”

Meer inspiratie over
de link tussen cultuur
en ondernemen?
Kom op 7 oktober 2021 naar OP/HEF.

Schrijf je nu in

Sta open voor anderen, ook al zijn het concurrenten

Piet: “De initiële oproep blonk uit in vaagheid, een bewuste keuze om onbevangen te starten. We wilden samenwerken met kunstenaars rond communityvorming, zonder al heel specifieke richtlijnen mee te geven. Tijdens de presentatieronde hadden ook de medewerkers en ondernemers van Hangar K een voorkeur voor het afwijkende, onbekende. Het voorstel van Jonas en Veerle was aan de ene kant intrigerend en tegelijk herkenbaar. Vanuit de makergedachte maakten een aantal ondernemers meteen de vertaling naar welke technologie ze konden inzetten.”

“Tijdens het selectieproces was het voor mij een eyeopener dat alle kunstenaars hun projecten aan elkaar voorstelden. Toen we kozen voor Jonas en Veerle, reageerden sommige kunstenaars: Ja, wij denken ook dat dit het project is wat het best bij jullie past. Zo’n open statement heb ik zelden gezien in de bedrijfswereld.”

Jonas: “Ook voor ons was dit de eerste keer dat we zo’n open selectie meemaakten, ook in de kunstwereld is dit ongewoon. Maar je leert wel heel veel over jezelf en het opent meteen een ander gesprek tussen collega’s.”

Echte magie zit in kleine dingen

Veerle: “Voor we de workshops deden, dwaalden we door Hangar K. We keken, voelden, roken, en luisterden naar de verhalen van de bewoners. Die verhalen vormden de basis voor de workshops om de karakters van de planten uit te tekenen.”

Jonas: “Toen we onze toer gedaan hadden, beslisten we dat we ook tijdelijke medewerkers waren. Omdat niemand ons kende, maakten we een kleine expo met onze beeldtaal. Dat heeft wel wat losgemaakt, we waren geen abstractie meer. We maakten vervolgens tekeningen op die whiteboards over ons project, en hebben enkele acties uitgevoerd. Dat waren heel plezante dingen: poefjes opstapelen als sculpturen, een post-it-actie, plantjes droppen om te kijken hoe goed ze verzorgd werden …”

Veerle: Daardoor zag je heel kleine dingen: er was iemand die super zorgzaam was voor zijn plantje. Dat was iemand die ik voordien nog niet had gezien. We zijn aan de babbel geraakt. Er was zo’n mooie klik, gewoon door dat plantje. Zo zijn er nog dingen gebeurd, heel minimaal waar je niet altijd je vinger op kan leggen.”

Er was zo’n mooie klik, gewoon door dat plantje.
  • Veerle Michiels
  • “Hoewel de producten waar we aan werken zo verschillend zijn – wij aan kunst en cultuur, de bedrijven aan software of klikparket – toch gebruiken we dezelfde methodes. Het viel me op hoe vrij en outside the box er soms werd gedacht.”
    Jonas Vansteenkiste (rechts op de foto) Beeldend kunstenaar
  • “In een workshop creëerden we samen de karakters van de plantenclusters. Daar hing een ongelofelijke dynamiek. Niemand stelde zich vragen en iedereen was maar karakters aan het bedenken voor die planten. Iedereen ging mee in iets dat totaal niet realistisch was. Dat vond ik een magisch moment.”
    Veerle Michiels (links op de foto) Beeldend kunstenaar

Strategische beslissingen bepalen mee je project

Jonas: “Eén van de moeilijkste punten binnen het project was dat door interne strategische veranderingen de interesse vanuit het management een andere focus kreeg.”

Piet: “De bedrijven hadden minder last van die wissel, voor hen zijn de goede werkomstandighedenen prioritair en daar veranderde niks aan. Voor het project was er wel een duidelijk verschil. De beginvraag was: Hangar K moet een identiteit uitbouwen als community, maar die vraag werd in de loop van het project minder belangrijk. Dus krijg je een project dat bij het uitschrijven en bij de selectie nog full in strategy was en dat kort daarna omwille van een strategische shift iets minder prioritair werd.”

Jonas: “De persoonlijke klik was er nog altijd, maar we voelden dat we minder hoog op dat prioriteitenlijstje stonden. Daardoor is het project ook niet helemaal opgeleverd zoals we gehoopt hadden en is het enkel in theorie levensvatbaar. Maar gelukkig is voor ons het proces minstens even belangrijk als het resultaat.”

Een facilitator brengt verwachtingen dichter bij elkaar

Piet: “Julie Vandenbroucke van Arteconomy was facilitator van het proces. Zij stelde voor met kunstenaars samen te werken. Tijdens het project volgde Julie het proces op en was ze regelmatig vertaler-tolk. Het is handig als iemand op voorhand de verwachtingspatronen al wat dichter bij elkaar brengt. In de bedrijfswereld schets je tijdens een vergadering de stand van zaken en de volgende stappen, met een powerpoint. In een meer losse context ga je gewoon naar de meeting en vertel je hoe ver je staat.”

“We spreken een andere taal, hebben andere gewoontes. En soms is het goed iets van de ander over te nemen, of minstens te accepteren dat het ook anders kan. In dit project probeerde Julie om af en toe de focus te leggen op het proces en niet op alle deliverables.”

Jonas: “Ik weet nog, onze meest bedrijfsachtige zet was dat we op het einde een contract hebben opgesteld voor de CEO. Omdat we dachten dat het een taal was, die hij begreep. Die zet kwam er op aansturen van Julie. Zij moedigde ons om meer in zijn leefwereld te kruipen.”

Vaak is het proces belangrijker dan het resultaat

Veerle: “In een workshop creëerden we samen de karakters van de plantenclusters. Daar hing een ongelofelijke dynamiek. Niemand stelde zich vragen en iedereen was maar karakters aan het bedenken voor die planten. Iedereen ging mee in iets dat totaal niet realistisch was. Dat vond ik een magisch moment. Je voelde: hier valt alles samen.”

Jonas: “Rond die periode gaven we aan dat de timing onhaalbaar was. We hadden meer tijd nodig.”

Veerle: “Dat proces was zo belangrijk, anders zou er te weinig kunnen gebeuren.”

Piet: “De originele timing was opgesteld in functie van een subsidiedossier, maar was veel te ambitieus. Het is een traditioneel conflict tussen de tijd die een proces nodig heeft, en de tijd die je er aan kan geven.”

Pas in de schemerzone wordt het interessant

Jonas: “We hebben lang nagedacht over de rekken voor de planten. Voor ons waren het sculpturen die we introduceerden in de omgeving. We wilden dat de planten een autonome plek kregen, dat ze niet gewoon in een bloempot op tafel stonden. We kozen voor industriële rekken om de planten op te zetten, waardoor ze heel aanwezig zijn.”

Jonas: “Het rek hangt vol met post-its. Als je langer kijkt, zie je dat er iets vreemds aan is. Als je de planten ziet, denk je niet meteen dat het een kunstwerk is. Het infiltreert, zit in een schermerzone, en net dat vonden wij interessant.”

Partners van het project

De kunst van innoveren met kunstenaars

Piet Verhoeve en Julie Vandenbroucke bundelden hun kennis in het boek ‘De kunst van innoveren met kunstenaars’ bij Uitgeverij Bibliodroom. Met een samenwerkingskompas en praktische tips hopen ze bedrijfsleiders en kunstenaars te inspireren om de samenwerking met elkaar aan te gaan.

Het boek kan je vanaf september 2021 kopen.

Verbindende to do's & verhalen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.