regiovorming

Regiovorming — Vlaanderen grijpt in op bestuurlijke verrommeling

In februari 2022 hakte de Vlaamse Regering de knoop door van de regiovorming. 15 regio’s maken definitief komaf met het lappendeken aan samenwerkingsverbanden. Maar hoe werden die regio’s gevormd, en wat betekent dat voor het beleidsdomein Cultuur?

Tekst / Lien Verwaeren

Wat vooraf ging…

Door het toenemend aantal opdrachten en uitdagingen voor lokale besturen, groeit het aantal intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in Vlaanderen. De Vlaamse overheid wil op die bestuurlijke drukte werken via de regiovorming. Het doel is afstemming van de Vlaamse en lokale samenwerkingsvormen op die regio’s. De regiovorming in Vlaanderen is geen verhaal van Cultuur alleen, maar strekt zich uit over alle beleidsdomeinen.

Interne Staatshervorming geeft lokale besturen meer bevoegdheden

Het regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2009-2014 zette een Interne Staatshervorming in gang, een brede oefening om Vlaanderen en haar drie bestuurslagen efficiënter en bestuurskrachtiger te maken: de lokale besturen krijgen meer bevoegdheden, de provinciebesturen beperken zich tot de grondgebonden bevoegdheden. Het accent voor de beleidsvorming ligt dus bij de lokale besturen enerzijds en de Vlaamse overheid anderzijds.

Impact op Cultuur

Per bestuurslaag zijn er homogene pakketten en sleuteltaken. Per beleidssector, zoals bijvoorbeeld Cultuur, krijg je te maken met maximaal twee bestuursniveaus. Deze wijzigingen hebben voor Cultuur de nodige impact. De provincies zijn sinds 2019 niet langer bevoegd voor persoonsgebonden materies zoals Cultuur. Bovendien zijn de sectorale middelen voor cultuur, jeugd en sport sinds 2018 ingekanteld in het Gemeentefonds.

Vereenvoudiging intermediaire structuren

De interne staatshervorming mikte ook op een vereenvoudiging van de intermediaire structuren. In dat kader voerde minister Bourgeois in 2012 de Regioscreening uit. Uit het rapport blijkt dat er meer dan 2000 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bestaan in Vlaanderen en dat hun aantal blijft stijgen. Enerzijds ontstonden die samenwerkingsverbanden van onderuit, anderzijds legde de Vlaamse en federale regering samenwerkingsverbanden op van bovenaf. De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en gemeenten zitten in meerdere samenwerkingen. Met telkens andere gemeenten, over telkens andere thema’s, in telkens andere structuren en mandaten. Waardoor het niet altijd makkelijk is voor de lokale besturen om impact te hebben.

In opdracht van OP/TIL maakte IDEA Consult een overzicht van interessante samenwerkingsverbanden en hun opdrachten, ook in andere sectoren. Dit is slechts een greep uit het aanbod van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, maar geeft wel een goed beeld van de diversiteit aan vormen, functies en samenstelling.

2020: de eerste aanzet tot regiovorming

De huidige Vlaamse Regering (2019-2024) wil een grotere coherentie in de intermediaire structuren en wil regionale samenwerking stimuleren. Regiovorming moet de huidige verrommeling tegengaan en leiden tot minder mandaten. In de kadernota van 9 oktober 2020 van de Vlaamse Regering lees je de visie op regiovorming en vind je een kaart met aanzet tot afbakening van 13 referentieregio’s. Alle vormen van intergemeentelijke en bovenlokale samenwerking krijgen op termijn vorm in die regio’s. De regiovorming moet een draagvlak krijgen bij lokale besturen met de burgemeesters als spilfiguren. In deze video legt toenmalig Minister van Binnenlands bestuur Bart Somers uit waarom de Vlaamse overheid wil werken met vaste referentieregio’s.

Hoe werd de regiovorming aangepakt?

Vanuit de aanzet met 13 referentieregio’s ging de Vlaamse overheid het gesprek aan met de lokale besturen. De gouverneurs faciliteerden de lokale gesprekken over regioafbakening en formuleerden een advies op basis van de bestaande fora op bovenlokaal niveau en input van de lokale besturen. Ook de ministers van de Vlaamse sectorale domeinen stelden een advies op.

Ook de lokale besturen stonden stil bij hun samenwerkingen en gaven hun adviezen door aan de gouverneurs. Robbe de Wilde, schepen in Wetteren legt uit hoe zij lokaal deze afweging maakten.

Referentieregio’s afbakenen is geen makkelijke oefening. Er zal altijd discussie zijn waarom een bepaalde grens is getrokken. Maar het is ook geen nattevingerwerk. Professor City Science Ben Derudder heeft het over de criteria op basis waarvan je een regio kan afbakenen.

Is de regio de ideale schaal voor samenwerking?

15 referentieregio’s

Op basis van de input van de gouverneurs en de vakministers keurde de Vlaamse Regering op 12 maart 2021 een nieuwe kadernota goed. Voor 4 van de 5 provincies zijn de referentieregio’s afgebakend. Limburg liep een vervolgtraject, waarbij de Vlaamse Regering op 4 februari 2022 besliste dat de 42 gemeenten van de provincie Limburg één referentieregio vormen, met drie subregio’s. Deze subregio’s kunnen voor bepaalde beleidsdomeinen toch gebruikt worden om kleinere afbakeningen te maken. Voor cultuur hanteert de Vlaamse overheid de subregio’s niet.

Het resultaat is dat Vlaanderen uiteindelijk verdeeld is in 15 referentieregio’s. Deze principes werden verder uitgeschreven in het Regiodecreet, dat goedgekeurd werd op 3 februari 2023. Het geldt nu als bindend kader voor alle nieuwe structurele samenwerkingen tussen gemeenten in Vlaanderen. Dus ook voor de (nieuwe) IGS’en cultuur. 

Regio’s zijn geen nieuwe bestuursniveaus

De referentieregio’s zijn geen nieuwe bestuursniveaus. Ze hebben geen eigen bestuur, de aansturing gebeurt van onderuit door de steden en gemeenten. Het gaat hier dus niet over een vervanging van het provinciale niveau, zoals soms wel eens geopperd wordt. De referentieregio’s zijn geen nieuwe bestuurslaag, wel een niveau waarop verschillende besturen (lokaal, provinciaal en Vlaams) kunnen samenwerken. Steden en gemeenten zijn enerzijds te klein en provincies te groot om bepaalde uitdagingen goed te kunnen aanpakken. Het blijft dus zeker zinvol om regionaal samen te werken en dat van onderuit aan te sturen.

Ben Derudder, professor in City Science aan de KU Leuven, legt uit waarom regio’s als schaalniveau tussen lokaal bestuur en provincie een meerwaarde kunnen hebben.

De regiovorming biedt transversaal (nieuwe) kansen

De regio’s staan voor een hele uitdaging. Op termijn zijn er meer mogelijkheden om samen te werken binnen een regio, ook transversaal, met andere beleidsdomeinen. Eén van de uitgangspunten van het Bovenlokale Cultuurdecreet trouwens: samenwerking over de grenzen van genres, sectoren, disciplines of beleidsdomeinen heen. Sectoren samenbrengen binnen eenzelfde regio, dat moet inhoudelijke winst opleveren en stimuleren om over de muurtjes van andere beleidsdomeinen te kijken. Dat zeggen toenmalig minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers en projectleider Regiovorming Tom Nulens. 

Om lokaal antwoorden vinden op de complexe vragen, zoals bijvoorbeeld rond diversiteit, armoede en uitsluiting, is een transversale aanpak nodig. De traditionele verkokerde organisatiecultuur voldoet daarbij niet meer. Ook bovenlokaal wordt er over alle sectoren heen aan regiokwesties gewerkt.

Maar werkt Vlaanderen zelf al transversaal? Zal de Vlaamse overheid vanuit de aparte beleidsdomeinen rekening houden met de referentieregio’s? Volgens projectleider Regiovorming Tom Nulens en minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers zal dit het geval zijn.

Lees meer over dit thema:

Vragen? Contacteer Lien Verwaeren van OP/TIL.

Lien Verwaeren

Verbindende to do's & verhalen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.